Tijdens het webinar ‘Van akkoord naar actie: wat betekenen AZWA en HLO voor jou?’ op 26 maart 2026 gingen professionals uit verschillende domeinen met elkaar in gesprek over de regionale betekenis van de zorgakkoorden. Onder leiding van Jan Verschuren, strategisch adviseur bij RegioKracht, werd verkend waar regio’s in de praktijk tegenaan lopen bij het vertalen van landelijke afspraken naar samenwerking en uitvoering.
Martin Holling (projectmanager HLO bij het ministerie van VWS), René van het Erve (strategisch adviseur RegioKracht) en Jeroen van den Oever (directievoorzitter van Fundis) gingen met elkaar en met de deelnemers in gesprek over thema’s als duiding, governance en de gevolgen voor regionale samenwerking.
Kernboodschap
De zorgsector in Nederland staat voor een enorme uitdaging door de toenemende zorgvraag en een krimpende arbeidsmarkt. Om de zorg toegankelijk te houden, is een transformatie nodig van 'zorgen voor' naar 'samen doen'. De centrale akkoorden — het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en specifiek voor de ouderenzorg het AZWA en HLO — moeten hierin als vliegwiel dienen.
1. De Doelen: AZWA en HLO
Martin Holling (ministerie van VWS) legt uit dat de akkoorden twee hoofddoelen hebben:
- Oplossen van het arbeidsmarktvraagstuk: Door anders te gaan werken, moet de zorg met minder personeel kwalitatief goed blijven.
- Toegankelijkheid waarborgen: Zorgen dat kwetsbare ouderen nog steeds een passend aanbod krijgen, ondanks de demografische druk.
De focus verschuift hierbij naar de 'voorkant': het voorkomen of uitstellen van professionele zorg door meer inzet op preventie, welzijn en informele zorg (mantelzorg en burgerinitiatieven).
2. Uitdagingen in de regio
Uit de interactie met deelnemers en panelleden (René van het Erve en Jeroen van den Oever) komen drie grote knelpunten naar voren:
- Financiering: Het huidige stelsel is verdeeld in drie schotten (Wmo, Zvw, Wlz), wat domeinoverstijgende samenwerking bemoeilijkt. Er is vaak sprake van een 'P x Q-prikkel': hoe meer zorg geleverd wordt, hoe meer er betaald wordt, wat preventie financieel onaantrekkelijk maakt.
- Governance en Autonomie: Samenwerken betekent autonomie inleveren. Het opzetten van regionale tafels met mandaat is essentieel, maar in de praktijk vaak stroperig.
- Bureaucratie: De bewijslast voor transformatiegelden (zoals IZA- en AZWA-middelen) wordt als een zware administratieve last ervaren.
3. Praktijkvoorbeelden en oplossingsrichtingen
Jeroen van den Oever (Fundis) benadrukt dat we niet moeten wachten op stelselwijzigingen, maar de randen van de huidige wetgeving moeten opzoeken:
- Zoetermeer-model: Hier is de spoedzorg van ziekenhuizen, huisartsen en wijkverpleging ondergebracht in één organisatie met één integraal budget. Dit voorkomt onnodige ziekenhuisopnames.
- Reablement: Een andere houding van zorgpersoneel waarbij de focus ligt op wat een oudere nog wél zelf kan (bijvoorbeeld met hulpmiddelen), in plaats van het overnemen van taken.
- Burgerinitiatieven: Er zijn al meer dan 2.500 burgerinitiatieven in Nederland (zoals in Austerlitz) die aantonen dat gemeenschappen veel zelf kunnen oplossen als ze de ruimte krijgen.
4. Financiering: meer duidelijkheid op komst
Er is vaak verwarring over de verschillende 'potjes'. Martin Holling verduidelijkt:
- Doorbraakmiddelen: Primair bedoeld voor curatieve zorgtrajecten die de zorgvraag verminderen (geleid door zorgverzekeraars).
- DOS-middelen (Domeinoverstijgende Samenwerking): Structurele middelen vanuit de Wlz om opnames in verpleeghuizen uit te stellen door inzet in het sociaal domein (geleid door zorgkantoren).
- Deadline: Er wordt gestreefd naar volledige duidelijkheid over de voorwaarden en inzet van deze middelen voor de zomer (1 juli).
5. De toekomst: waar staan we over 5 jaar?
De panelleden hopen over vijf jaar op de volgende resultaten:
- Cultuuromslag: Dat 'de stap naar de voorkant' niet wordt gezien als bezuiniging, maar als een positieve maatschappelijke uitdaging.
- Wijkgerichte samenwerking: Een sterke driehoek tussen huisarts, wijkverpleegkundige en sociaal werker in elke buurt.
- Vertrouwen van de burger: Dat ouderen erop vertrouwen dat de zorg, weliswaar anders georganiseerd, nog steeds voor hen klaarstaat als het écht nodig is.
Gouden Tip van het panel:
"Maak het zo klein en praktisch mogelijk. Wacht niet op het grote systeem, maar kijk als zorgverlener én als burger wat je morgen al in je eigen wijk kunt betekenen."