Wat is passende zorg, en wat vraagt dat van patiënten, professionals, bestuurders en samenleving? Die vraag stond centraal op 24 april 2026 in De Vereeniging in Nijmegen, tijdens het symposium Passende Zorg. Het symposium werd georganiseerd ter gelegenheid van het afscheid van Jan Kremer als hoogleraar aan de Radboud Universiteit. In de zaal zat een brede mix van zorgprofessionals, beleidsmakers, bestuurders, patiëntenvertegenwoordigers en burgers.

De urgentie was voelbaar. De druk op de zorg neemt toe, personeel is schaars en verwachtingen blijven hoog. In die context zijn het Integraal Zorgakkoord en het aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord richtinggevend: minder nadruk op volume, meer aandacht voor waarde, samenwerking en kwaliteit van leven. Het symposium bood geen blauwdruk, maar wel richting. In drie opeenvolgende bijdragen – filosofisch, praktisch en beleidsmatig – werd verkend wat passende zorg werkelijk vraagt.

© Foto: Theo Hafmans Fotografie

Prof. dr. Bas Bloem, hoogleraar neurologie en internationaal autoriteit op het gebied van Parkinsonzorg, schetste de zorgcrisis vanuit het perspectief van een snelgroeiende patiëntengroep. Na afloop van elke presentatie was er een dicussie met het panel in 'de huiskamer' over een door de spreker geponeerde stelling of vraag.

Bekijk de afscheidsrede 'Passende zorg als medicijn' van Jan Kremer

Gezondheid, onzekerheid en bescheidenheid

De aftrap was voor filosoof René ten Bos, hoogleraar wijsgerige ethiek en voormalig Denker des Vaderlands. Zijn bijdrage zette meteen de toon. Passende zorg, zo betoogde hij, begint met het erkennen van onzekerheid. Gezondheid is geen vaste toestand en geen maakbaar project, maar een kwetsbaar evenwicht dat vroeg of laat wordt verstoord.

Ten Bos maakte onderscheid tussen ingewikkelde en complexe vraagstukken. Ingewikkelde problemen zijn analyseerbaar; complexe problemen niet volledig te doorgronden. De zorg heeft volgens hem de neiging complexiteit te behandelen alsof zij ingewikkeldheid is – met protocollen, controle en schijnzekerheid als gevolg. Passende zorg vraagt juist om werken met waarschijnlijkheden en om het verdragen van niet-weten.

Daar hoort bescheidenheid bij. Professionals hoeven niet altijd het antwoord te hebben, maar wel het goede gesprek te voeren. In de paneldiscussie na afloop werd dit concreet. Onderzoek en praktijk laten zien dat patiënten veel beter met onzekerheid kunnen omgaan dan vaak wordt verondersteld, mits zij serieus worden genomen en betrokken bij keuzes. Samen beslissen werd benoemd als kern van passende zorg: de professional brengt kennis en ervaring in, de patiënt brengt waarden, context en levensdoelen.

De belangrijkste boodschap: gezondheid is te belangrijk om uitsluitend aan de medische sector over te laten. Passende zorg raakt aan leven, relaties, verwachtingen en maatschappelijke keuzes.

Passende zorg in de praktijk: Parkinson als ecosysteem

Na deze filosofische verdieping volgde de praktijk. Prof. dr. Bas Bloem, hoogleraar neurologie en internationaal autoriteit op het gebied van Parkinsonzorg, schetste de zorgcrisis vanuit het perspectief van een snelgroeiende patiëntengroep. Parkinson is wereldwijd de snelst toenemende neurologische aandoening, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals juist onder druk staat.

Bloem was helder: harder werken of generiek bezuinigen is geen oplossing. Passende zorg vraagt om een fundamenteel andere manier van organiseren. Niet het ziekenhuis of de instelling staat centraal, maar de persoon met Parkinson. Hij presenteerde het ecosysteem Zorg voor Parkinson als voorbeeld van hoe dat eruit kan zien.

Dit ecosysteem rust op vier pijlers: persoonsgerichte en proactieve zorg, versterking van patiënten en naasten, investeringen in professionele netwerken zoals ParkinsonNet, en regionale organisatie van zorgpaden. Digitale overlegtafels brengen patiënten en zorgverleners samen rond één plan. Patiënten worden actief ondersteund via verenigingen en digitale platforms.

De resultaten zijn overtuigend: betere zorguitkomsten, minder complicaties, lagere sterfte en aanzienlijke kostenbesparing. Tegelijkertijd werd in het panelgesprek benadrukt dat succes niet vanzelf opschaalt. Dat vraagt om leiderschap, langdurige inzet en een overheid die ruimte durft te maken in regelgeving en bekostiging – een herkenbaar thema binnen de beweging van het Integraal Zorgakkoord.

Ook kwam een volgende stap scherp in beeld: de verbinding met informele zorg en het sociale domein. Passende zorg stopt niet bij medische interventies, maar raakt aan wonen, bewegen, zingeving en sociale relaties.

Jet Bussemaker
© Jet Bussemaker | Foto: Theo Hafmans Fotografie

Van onmacht naar daadkracht in zorg en samenleving

De afsluitende keynote was voor prof. dr. Jet Bussemaker, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving en hoogleraar Wetenschap, beleid en maatschappelijke impact in de zorg aan de Universiteit Leiden en het LUMC. Zij plaatste passende zorg nadrukkelijk in een bredere maatschappelijke en bestuurlijke context.

Bussemaker schetste een gevoel dat in de zorg breed wordt gedeeld: veel professionals ervaren onbehagen én onmacht. Onbehagen kan aanzetten tot verandering, maar onmacht werkt verlammend. Zij benoemde drie bekende bestuurlijke reflexen bij complexiteit: wensdenken (zorg kan alles oplossen), incidentgedreven sturing en doorgeschoten risicomijding, en het reduceren van complexiteit tot meetbare indicatoren.

Passende zorg vraagt volgens haar om een herijking van verwachtingen. Niet alles is maakbaar, niet alles is medisch, en niet alles hoeft opgelost. Dat geldt voor professionals en beleidsmakers, maar ook voor burgers. Daarmee raakt passende zorg aan publieke waarden als solidariteit, gelijkheid en rechtvaardigheid – waarden die ook centraal staan in het Zorg- en Welzijnsakkoord.

In de paneldiscussie werd deze lijn doorgetrokken. Er klonk brede steun voor minder losse pilots en meer aandacht voor het verbreden van wat al werkt. Luisteren werd steeds opnieuw genoemd als sleutel: luisteren naar patiënten, naar burgers en naar elkaar over domeinen heen. De spanning tussen vertrouwen en transparantie maakte duidelijk dat passende zorg niet primair draait om controle, maar om relaties en afspraken.

Ook het accepteren van risico’s kwam aan bod, bijvoorbeeld in de geestelijke gezondheidszorg. Een risicoloze samenleving bestaat niet; passende zorg vraagt om het gezamenlijk dragen van onzekerheden, ook als het soms misgaat.

Wijk, gemeenschap en het maatschappelijk gesprek

Naast de plenaire bijdragen werden opbrengsten uit deelsessies gedeeld. Daarin stond de wijk centraal als fundament onder het zorgstelsel. Gemeenschapskracht kan zorgvraag voorkomen of verminderen – bijvoorbeeld door eenzaamheid tegen te gaan en mensen te ondersteunen voordat problemen verergeren.

De rode draad: sluit aan bij wat er al gebeurt. Bewonersinitiatieven, sportverenigingen, religieuze gemeenschappen en informele netwerken vormen vaak de ‘stevige benen’ onder zorg en welzijn. Niet opschalen en uitrollen vanuit systemen, maar delen en vermenigvuldigen via lerende netwerken, met eigenaarschap bij burgers.

Tegelijk werd gewaarschuwd voor systeemdruk. Te veel professionalisering en verantwoording kan vrijwilligersenergie ondermijnen. Een aansprekend initiatief was het letterlijk de straat op gaan om met burgers in gesprek te gaan over passende zorg. Die gesprekken leveren onverwachte perspectieven op en helpen om passendheid vanuit het leven zelf te begrijpen.

Professionele ruimte, communicatie en financiering

Door het hele symposium heen klonk een oproep om professionals beter toe te rusten voor passende zorg. Omgaan met onzekerheid, goed communiceren en het bespreken van waarden en voorkeuren vragen om structurele aandacht. Periodieke training in gespreksvaardigheden werd genoemd als vanzelfsprekend onderdeel van professionaliteit.

Ook werd gepleit voor een grotere en zichtbaardere rol van verpleegkundigen en ervaringsdeskundigen in besluitvorming. Passende zorg vraagt om verschillende perspectieven aan tafel.

De vraag naar tijd en financiering bleef terugkomen. Is er ruimte voor langere, waardegedreven gesprekken? Hoe worden die bekostigd en gewaardeerd? Tegelijk klonk de waarschuwing om niet te snel te blijven hangen in de ‘hoe-vraag’, zonder eerst helder te hebben waarom iets van waarde is – een herkenbare spanning binnen de huidige zorgtransitie.

Passende zorg: geen blauwdruk, maar een richting

Het symposium Passende Zorg vormde een inhoudelijk rijk afscheid van Jan Kremer. De bijdragen maakten duidelijk dat passende zorg geen checklist of blauwdruk is, maar een richting.

De belangrijkste lessen:

De oproep die bleef hangen: begin waar je invloed hebt, luister beter en durf het anders te doen. Alleen zo kan passende zorg, stap voor stap, werkelijkheid worden.