Nieuwe ontwikkelingen in de medisch generalistische zorg (MGZ) voor ouderen en mensen met een beperking vragen om een andere manier van werken. Wat zijn de trends? En hoe vertalen die zich in de praktijk? Niet de afzonderlijke instelling, maar de regio wordt steeds meer het uitgangspunt.
Jitse Schuurmans, universitair docent aan de Erasmus School of Health Policy & Management, doet al jaren onderzoek naar de medisch generalistische zorg in de regio. Hij vertelt over drie trends en wat die vragen van zorg, bestuur en beleid. Vertegenwoordigers van de MGZ-werkgroep in ’t Gooi vertellen hoe deze trends in hun regio eruit zien. Zij werken aan de regionale doorvertaling van het landelijk Convenant MGZ in de regio.*
Trend 1: Complexere zorg binnen én buiten de instelling
De eerste trend die Schuurmans noemt is de voortgaande extramuralisering van de langdurige zorg. ‘Het aantal verpleeghuisbedden groeit niet of nauwelijks. Dat is beleid aan de aanbodkant. Tegelijkertijd willen oudere mensen liever niet naar een verpleeghuis. Dat heeft gevolgen voor de zorg binnen én buiten het verpleeghuis. De mensen die wel naar het verpleeghuis gaan, hebben steeds complexere zorgvragen. Dat betekent dat je moet investeren in zorgteams die daarmee kunnen omgaan en dat je ruimte moet bieden aan verpleegkundigen en verzorgenden die zich verder willen ontwikkelen.’
Specialistische expertise naar de eerste lijn
Doordat steeds meer mensen met complexe zorgvragen thuis wonen, verschuift de behoefte aan specialistische expertise naar de eerste lijn. ‘Je wil ervoor zorgen dat de expertise van de SO beschikbaar is in de thuissituatie’, aldus Schuurmans. ‘We zien steeds meer huisartspraktijken die structureel met een SO samenwerken, bijvoorbeeld via consultaties en multidisciplinaire overleggen.’
In de gehandicaptenzorg ontstaan ondertussen nieuwe modellen. ‘Structurele overleggen met een arts VG zijn daar niet per se het meest passende model. We zien bijvoorbeeld regiopoli’s ontstaan. Als een huisarts niet uit een vraagstuk komt, kan die naar zo’n poli verwijzen. Zo wordt de expertise van de arts VG ook beschikbaar voor mensen die thuis of in een kleinschalige woonvoorziening wonen.’
Trend 2: Kleinschalig wonen stelt verantwoordelijkheidsvraag op scherp
Een tweede ontwikkeling is de groei van kleinschalige woonzorgvoorzieningen in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg. ‘Veel van deze voorzieningen zijn met private investeringen tot stand gekomen en bieden zorg zonder behandeling’, aldus Schuurmans. ‘Daarmee ontstaat de vraag: wie is verantwoordelijk voor de medische zorg? In principe is de huisarts daar de regiebehandelaar. Een aantal jaren geleden was de houding vanuit de huisartsenzorg zelfs behoorlijk afhoudend. Inmiddels zien huisartsen over het algemeen wel dat ze hierin een rol hebben. Maar de kou is nog niet helemaal uit de lucht.’
Om de zorg ook in kleinschalige voorzieningen toegankelijk te houden, is samenwerking met de SO en arts VG essentieel. ‘Volgens landelijke afspraken is specialistische expertise in ieder geval telefonisch 24/7 voor consultatie beschikbaar. Over fysieke beschikbaarheid bestaat discussie. In sommige regio’s is dat door de schaarste aan professionals en lange reisafstanden simpelweg niet haalbaar.’
Trend 3: Van organisatiebelang naar regionale verantwoordelijkheid
De derde trend is regionalisering, volgens Schuurmans deels een antwoord op de eerste twee trends. De schaarste aan huisartsen, SO’s en artsen VG maakt die regionalisering extra urgent. ‘Enerzijds wil je specialistische expertise op grotere afstand van de dagelijkse zorg organiseren. Je hoeft een SO niet bij alledaagse vragen te betrekken, alleen bij complexere problematiek. Taakherschikking, stepped care en triage op afstand door een verpleegkundige kunnen daarbij helpen.’
Anderzijds moet de beschikbare expertise voor een grotere groep cliënten toegankelijk zijn. ‘Je kunt de expertise van een SO of arts VG voor de eigen organisatie behouden, maar ook voor een hele regio inzetten. Poliklinische zorg en zorg op afstand zijn manieren waarop je dat kunt organiseren.’
Andere manier van denken en organiseren
De drie trends vragen om een andere manier van denken van organisaties en professionals. ‘Het begint met commitment om de toegang tot zorg voor de hele regio goed te organiseren en niet alleen voor de eigen organisatie’, aldus Schuurmans. ‘Professionals moeten bereid zijn extramuraal te werken en de intramurale zorg een beetje los te laten. Je cliëntengroep is breder dan de mensen binnen de muren van jouw instelling. Ook artsen zullen taken moeten loslaten en erop vertrouwen dat andere professionals bepaalde zaken goed oppakken.’
Voor bestuurders betekent regionalisering dat zij duurzame verbindingen leggen tussen ouderenzorg, gehandicaptenzorg, huisartsenzorg en het sociaal domein. ‘In de ouderenzorg zijn zulke bestuurlijke netwerken inmiddels relatief stevig ontwikkeld, in de gehandicaptenzorg begint die samenwerking steeds meer vorm te krijgen. De urgentie is groot. Zonder regionale afspraken kunnen gaten ontstaan in de toegankelijkheid van medische zorg. De centrale opgave is steeds dezelfde: schaarse expertise zo organiseren dat zij terechtkomt waar die nodig is. Niet de muren van een instelling bepalen wie toegang krijgt tot expertise, maar de zorgvraag van de cliënt, waar die ook woont in de regio.’
* De Gooise MGZ-werkgroep bestaat uit RHOGO (Regionale Huisartsen Organisatie Gooi en Omstreken), Regiokompas (samenwerkingsinitiatief van VVT-organisaties Vivium Zorggroep, Inovum, Amaris Zorggroep en HilverZorg), Eemhart, SAGO (Samenwerkende Apothekers Gooi en Omstreken), Zilveren Kruis Zorgkantoor en Zilveren Kruis Zorgverzekeraar. De coördinatie wordt gedaan door Frederieke de Kaste, Marijke Oosterhuis, Eveline Cours, Wouter Blokhuis, Mirjam van der Bent en Gerjanne Vlasveld.