Mensen met dementie willen zo lang mogelijk blijven meedoen aan het dagelijks leven. Daarvoor is meer nodig dan medische zorg: ook wonen, vervoer, ontmoeting, daginvulling en steun aan naasten moeten op elkaar aansluiten. In het Netwerk Dementie Noordwest-Veluwe werken organisaties uit zorg, welzijn en het gemeentelijk domein samen om regionale afspraken te vertalen naar ondersteuning aan inwoners in hun eigen buurt.

Een netwerk met een gezamenlijke ambitie

Het werkgebied van het netwerk omvat zeven gemeenten: Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Zeewolde, Ermelo en Putten. In de regio wonen ongeveer 203.000 inwoners, van wie naar schatting 3.800 mensen met dementie; circa 2.800 van hen wonen thuis. Het netwerk telt 32 lidorganisaties uit zeven branches. De gezamenlijke ambitie: mensen met dementie en hun naasten kunnen volop deelnemen aan het dagelijks leven en voelen zich daarbij gesteund door de samenwerking in de regio.

Mark Clarijs
© Mark Clarijs

Netwerkregisseur Mark Clarijs haalt een belangrijk uitgangspunt aan uit het begin van de samenwerking: ‘Doe samen je eigen ding’. Organisaties houden hun eigen expertise en verantwoordelijkheid, legt hij uit, en zoeken elkaar actief op als vragen van inwoners over domeinen heen lopen. Partijen werken dan samen om passende ondersteuning mogelijk te maken.

Die samenwerking is in ontwikkeling. In 2024 lag het accent nog op het ‘Doe samen je eigen ding’. Het jaar daarop werd de lokale verbinding versterkt via teams van casemanagers dementie per gemeente. En in 2026 bouwen de partners daarop voort met netwerklunches rond ‘niet-pluis’ en ‘niet-in-beeld’ en het regiocongres ‘Dementie in de buurt’.

Wat regionaal kan, moet lokaal werken

Regionale samenwerking is waardevol voor kennisdeling, gezamenlijke prioriteiten en voorzieningen waarvoor de schaal van één gemeente te klein is. Zoals passend aanbod voor jonge mensen met dementie of inwoners met een migratieachtergrond. De zeven gemeenten werken ook samen bij de inkoop van Wmo-voorzieningen, bijvoorbeeld zinvolle daginvulling voor mensen met dementie.

Het dagelijks contact met inwoners vindt echter vooral lokaal plaats. Gemeenten, welzijnsorganisaties, huisartsen, wijkverpleegkundigen, vrijwilligers, naasten en casemanagers kennen de buurten en kunnen signalen oppakken. De lokale ketenaanpak kan niet zonder een sterk regionaal netwerk, terwijl regionale afspraken pas betekenis krijgen als professionals er lokaal mee kunnen werken.

Annet Prinsen
© Annet Prinsen

Vroegsignalering en mensen buiten beeld

Annet Prinsen werkt voor de zeven gemeenten van Noord-Veluwe en Zeewolde. Een eerste prioriteit ligt bij de fase waarin iemand zelf of iemand uit de omgeving merkt dat er iets niet pluis is, vertelt zij. Juist welzijnswerkers, vrijwilligers, buurtinitiatieven en gemeentelijke medewerkers kunnen veranderingen in gedrag of dagelijks functioneren opmerken. De ‘niet-pluis’- en ‘niet-in-beeld’-bijeenkomsten van het netwerk helpen professionals om ervaringen uit te wisselen en elkaar sneller te vinden.

Bijzondere aandacht is nodig voor mensen met dementie die alleen wonen. Ongeveer een derde van de thuiswonende mensen met dementie in de regio woont alleen. Zij beschikken niet altijd over een naaste die veranderingen signaleert of de weg naar ondersteuning kent. Het netwerk onderzoekt hoe deze inwoners eerder in beeld komen en hoe de verbinding met de buurt kan worden versterkt, zonder ervan uit te gaan dat informele netwerken vanzelf voldoende ondersteuning bieden.

Ook is er behoefte aan meer kennis over dementie bij medewerkers van gemeenten en welzijnsorganisaties en bij inwoners zelf. Trainingen, publieksinformatie en initiatieven rond dementievriendelijkheid kunnen helpen om mensen met dementie beter te begrijpen en te ondersteunen.

Casemanagers verbinden zorg en sociaal domein

Casemanagers dementie begeleiden mensen met dementie en hun naasten en hebben daarnaast een verbindende rol. Door lokaal als team op te trekken, kunnen zij gerichter samenwerken met gemeentelijke consulenten, welzijn, vrijwilligersorganisaties en andere zorgprofessionals. In verschillende gemeenten kunnen zij bovendien rechtstreeks Wmo-ondersteuning in gang zetten. Zo krijgen inwoners sneller passende hulp en hoeven zij niet telkens opnieuw hun verhaal te vertellen.

De ontwikkelagenda voorziet in een herijking van de invulling van casemanagement dementie. Daarbij gaat het niet alleen om de inzet van casemanagers zelf, maar ook om de vraag wie op welk moment signaleert, doorverwijst, afstemt en verantwoordelijkheid neemt. Daarnaast noemt het meerjarenplan 2026-2030 als prioriteiten onder meer respijtvoorzieningen en een ‘zachte landing’ na verhuizing naar een woonzorglocatie.

Dementie als gezamenlijke verantwoordelijkheid

Volgens de betrokkenen helpt het wanneer gemeenten dementie expliciet meenemen in hun beleid. Dat maakt ruimte voor bewustwording, voorlichting en samenwerking. Tegelijk is gemeentelijk beleid alleen niet voldoende: de opgave vraagt om een doorgaande verbinding tussen zorg, welzijn, gemeenten en de samenleving.

Noordwest-Veluwe laat zien dat een regionaal netwerk meerwaarde heeft wanneer partijen elkaar kennen en expertise delen. De opgave voor de komende jaren is om die samenwerking minder vrijblijvend en minder persoonsafhankelijk te maken. Het doel blijft daarbij dat mensen met dementie en hun naasten in hun eigen omgeving kunnen blijven meedoen en op het juiste moment de juiste ondersteuning weten te vinden.

Regiocongres Dementie in de buurt

Op dinsdag 17 november 2026 organiseert het Netwerk Dementie Noordwest-Veluwe in Nunspeet het regiocongres ‘Dementie in de buurt’. Het congres richt zich op de vraag hoe inwoners met dementie en hun naasten volop kunnen blijven deelnemen aan het dagelijks leven. Professionals, vrijwilligers en inwoners uit de zeven gemeenten zijn van harte welkom.

Meer informatie over het congres