Een patiënt met hartkloppingen blijkt vooral gebukt te gaan onder financiële stress. Een vrouw met ernstige bloedarmoede koopt haar medicijnen niet meer vanwege schulden en eenzaamheid. In het Ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk en Lelystad zien zorgverleners dagelijks hoe gezondheidsproblemen samenhangen met sociale omstandigheden. Daarom ontwikkelde het ziekenhuis samen met gemeenten het 'verwijsloket'.

In het kort

Ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk en Lelystad startte samen met gemeenten een verwijsloket om patiënten met onderliggende sociale problemen (zoals schulden, eenzaamheid en stress) te verbinden met passende hulp buiten het ziekenhuis. In 13 maanden bereikte het initiatief 562 patiënten, waarbij 21 disciplines verwijzen.

Het loket benut het ‘teachable moment’ tijdens ziekenhuisbezoeken en biedt een warme overdracht naar welzijnswerk, schuldhulp of andere ondersteuning. Het loket is een succes, maar het kampt met onzekere financiering en het ontbreken van een landelijke visie. De initiatiefnemers pleiten voor structurele bekostiging en een nationale aanpak.

Wie in het ziekenhuis terechtkomt, heeft niet altijd in de eerste plaats een medisch probleem. Regelmatig gaan achter gezondheidsklachten andere problemen schuil, zoals schulden, eenzaamheid, stress, problemen op het werk of een ongezonde leefstijl. Ziekenhuis St Jansdal begon daarom samen met de zeven gemeenten van de regio Noord-Veluwe en Zeewolde en diverse welzijnspartners een leefstijl- en verwijsloket in Harderwijk. Het doel: patiënten niet alleen behandelen, maar hen actief begeleiden naar de juiste hulp buiten het ziekenhuis.

Tijdens de thematafel Medisch-sociaal en preventie op 1 september in Harderwijk vertelden ziekenhuisbestuurder Leonie Boven, gynaecoloog en mede-initiatiefnemer Mady Kortenhorst en regiocoördinator Noord-Veluwe en Zeewolde Alma van Maanen over het verwijsloket.

Leonie Boven
© Leoni Boven | Foto: Ziekenhuis St Jansdal

Ontbrekende verbinding

"Er was geen brug tussen het medisch en het sociaal domein”, zegt Leonie Boven over de aanleiding voor het verwijsloket. “Mensen kwamen met medische klachten in het ziekenhuis terecht, terwijl ze eigenlijk hulp nodig hadden vanuit het sociaal domein.” Het verwijsloket moet die ontbrekende verbinding organiseren.

Het eerste verwijsloket werd gestart in de locatie van het St Jansdal in Lelystad. Daar kwam het loket heel snel tot stand, vertelt Boven, omdat alleen het ziekenhuis en de gemeente Lelystad erbij betrokken waren. In Noord-Veluwe en Zeewolde had het wat meer voeten in de aarde, omdat hierbij zeven gemeenten het met elkaar en het ziekenhuis eens moesten worden. Dat vroeg meer tijd, maar het is gelukt.

Teachable moment benutten

Het loket richt zich op patiënten bij wie zorgverleners signaleren dat leefstijl- of sociale factoren een belangrijke rol spelen bij hun gezondheidsklachten. Dat kan gaan om financiële problemen, stress, eenzaamheid, onvoldoende beweging of andere omstandigheden die gezondheid en herstel beïnvloeden.

Het verwijsloket is bewust in het ziekenhuis georganiseerd. Volgens Mady Kortenhorst biedt een ziekenhuisbezoek een uniek ‘teachable moment’. “Mensen worden geconfronteerd met hun kwetsbaarheid en staan daardoor meer open voor verandering.”

Mady Kortenhorst
© Mady Kortenhorst | Foto: St Jansdal

Een medisch specialist of verpleegkundige kan patiënten rechtstreeks vanuit het elektronisch patiëntendossier naar het loket verwijzen. Vervolgens neemt een welzijnsmedewerker, die fysiek in het ziekenhuis aanwezig is, contact op met de patiënt.

Tijdens het gesprek wordt breed gekeken naar de situatie van de patiënt, vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Niet alleen fysieke gezondheid en leefstijl komen aan bod, maar ook mentale gezondheid, sociale contacten en dagelijks functioneren.

Daarna volgt een warme overdracht naar passende ondersteuning, zoals welzijnswerk, schuldhulpverlening, maatschappelijk werk, een beweegprogramma of stoppen-met-roken-begeleiding. Daarmee houdt het niet op voor het loket. Na enkele weken en opnieuw na enkele maanden zoekt het loket contact met de verwezen persoon om te horen hoe het gaat. Zo stimuleert het loket dat mensen ook werkelijk ondersteuning krijgen. De huisarts wordt gedurende het traject regelmatig geïnformeerd.

Honderden patiënten bereikt

De eerste resultaten laten zien dat het concept werkt. In dertien maanden tijd werden via vier loketten in Harderwijk, Lelystad, Dronten en een kinderloket bij de GGD 562 patiënten bereikt. Inmiddels verwijzen 21 disciplines binnen het ziekenhuis naar het loket en twee van de drie patiënten heeft binnen dertig dagen een gesprek met het verwijsloket.

Alma van Maanen
© Alma van Maanen

Volgens de initiatiefnemers gaat het vaak om mensen die anders niet of pas veel later bij voorzieningen in de gemeenten terecht zouden komen. Regiocoördinator Alma van Maanen noemt dat een van de belangrijkste opbrengsten. "Via het loket bereiken we mensen die we anders niet bereikt hadden."

Sommige gemeenten waren in eerste instantie bang voor een grote toestroom naar het sociaal domein, maar die vrees is niet uitgekomen. Van Maanen: “Mensen worden lang niet altijd doorverwezen naar het sociaal domein, maar ook naar andere vormen van ondersteuning. Ongeveer de helft vindt hulp op een andere plek, bijvoorbeeld in het eigen sociale netwerk.”

Kortenhorst geeft een voorbeeld. Een vrouw kwam na een maagverkleining in het ziekenhuis terug met ernstige bloedarmoede. Na goed doorvragen bleek het echte probleem een combinatie van schulden, eenzaamheid en een dreigende scheiding. Omdat de vrouw haar medicijnen niet meer kocht, bleef haar gezondheid achteruitgaan en kwam ze meerdere keren terug in het ziekenhuis. Via het verwijsloket kon snel maatschappelijk werk worden ingeschakeld. Uiteindelijk wist zij haar baan te behouden, een opleiding te volgen en haar rijbewijs te halen.

Elkaars taal leren spreken

De samenwerking tussen ziekenhuis, gemeenten en welzijnsorganisaties kwam niet vanzelf tot stand. Alleen al de gebruikte taal verschilt sterk. Waar ziekenhuizen spreken over patiënten, hebben gemeenten en welzijnsorganisaties het over inwoners. Ook jargon leidt soms tot misverstanden. Zo lazen welzijnsmedewerkers de afkorting VG in het begin als ‘verstandelijk gehandicapt’, terwijl ‘voorgeschiedenis’ bedoeld werd.

Daarnaast heeft iedere gemeente een eigen inrichting van voorzieningen. De loketmedewerkers, afkomstig uit een van de gemeenten, moesten zich ook de sociale kaart van de andere zes gemeenten eigen maken. "De voorbereidingen kostten veel tijd”, kijkt Van Maanen terug. “We moesten elkaars werelden leren kennen. Maar inhoudelijk zijn we heel positief. Het past precies bij de beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en welzijn.”

Van startup naar scale-up

De samenwerking verloop inmiddels goed, maar een punt van zorg is de financiering. Het verwijsloket kost jaarlijks ongeveer 90.000 euro voor het ziekenhuis en circa 160.000 euro voor de betrokken gemeenten samen. Omgerekend komt dat neer op ongeveer 0,74 euro per inwoner per jaar. Daar tegenover staan de miljarden aan maatschappelijke kosten van ongezonde leefstijl. Die zijn berekend op 500 euro per inwoner per jaar.

Ingang van Ziekenhuis St Jansdal

Ondanks de potentieel grote maatschappelijke baten is er geen structurele financiering. Het ziekenhuis betaalt momenteel uit de eigen beperkte marge en gemeenten financieren hun deel met tijdelijke middelen. “Ons ziekenhuis kan die kosten nu nog dragen”, zegt Leonie Boven, “maar we krijgen er niets voor terug. Het is eigenlijk een onhoudbaar businessmodel. Wij betalen mee aan de oplossing, terwijl de opbrengst ergens anders terechtkomt. Dat we hier toch in investeren komt vanuit onze overtuiging dat we hiermee bijdragen aan een betere gezondheid van inwoners.”

Alma van Maanen is het daarmee eens: “Gemeenten betalen nu nog mee aan het verwijsloket, omdat we inhoudelijk de grote meerwaarde zien. Maar we zien de inrichting van het verwijsloket in het ziekenhuis niet als gemeentelijke taak. We doen daarvoor een dringende oproep aan de landelijke overheid.”

Ook de monitoring vraagt aandacht. Om structurele financiering te rechtvaardigen is stevige bewijslast nodig, maar het inrichten van goede registratiesystemen en effectmetingen kost juist weer extra geld en capaciteit. Mady Kortenhorst vergelijkt de ontwikkeling van het loket daarom met “een startup die nu een scale-up is en groeipijnen ervaart”.

Landelijke visie

Ondanks die uitdagingen groeit het draagvlak. Diverse andere ziekenhuizen hebben ook leefstijlloketten ingericht en St Jansdal heeft zich laten inspireren door het BovenIJ ziekenhuis in Amsterdam, een van de voorlopers op dit vlak. Boven roept op om vergelijkbare loketten in alle Nederlandse ziekenhuizen mogelijk te maken.

Daarvoor zouden VWS en de betrokken partijen volgens de ziekenhuisbestuurder een landelijke visie moeten formuleren, met randvoorwaarden en ruimte voor regionale invulling. “Het momentum is er nu”, zegt zij. “De intrinsieke motivatie bij zorgprofessionals is er nu. Als we te lang wachten, bestaat het risico dat initiatieven weer verdwijnen.”