Laatst bijgewerkt: 3 november 2026

We hebben de vragen verzameld die zijn binnengekomen over de doorbraakmiddelen en daar antwoorden bij gezocht. De brancheorganisaties zijn het eerste aanspreekpunt voor inhoudelijke vragen vanuit hun achterban. Deze Q&A wordt regelmatig aangevuld.

1. Algemeen

1.0 Eerder werd gesproken over een voorlopige planning. Wat is de definitieve planning?

Op 1 januari opent het indieningsportaal. De uiterste datum voor het indienen van het ingevulde modelplan is 31 januari. In de maand februari worden de ingediende modelplannen beoordeeld. In de eerste helft van maart ontvangt u terugkoppeling op uw indiening. In dezelfde periode wordt vastgesteld of het totaal van de gezamenlijke aanvragen binnen het beschikbare budget past en of bijsturing nodig is (zie spelregel 7). Tot en met eind april worden de contracten verder afgerond en geeft de NZa de beschikkingen af.

1.1 Kan een samenwerkingsverband van zorgorganisaties namens de leden een aanvraag indienen, of dienen de zorgorganisaties zelf in?

Een aanvrager moet altijd een Zvw-zorgaanbieder zijn. Een samenwerkingsverband dat zelf geen Zvw-zorgaanbieder is en het modelplan niet zelf uitvoert, kan daarom geen aanvraag indienen. Het samenwerkingsverband kan de leden wel ondersteunen bij het gezamenlijk indienen van een aanvraag. Bij die gezamenlijke aanvraag is één van de zorgaanbieders de coördinerend aanvrager en zijn de andere zorgaanbieders 'gewone' aanvragers.

1.2 Kan een zorgaanbieder op meerdere modelplannen een aanvraag indienen?

Ja, een zorgaanbieder kan op meerdere modelplannen een aanvraag indienen.

1.3 Kan een zorgaanbieder op één modelplan meerdere aanvragen indienen?

Nee, een zorgaanbieder kan niet op één modelplan meerdere aanvragen indienen.

 1.4 Mag je modelplannen toepassen op de Wlz-gefinancierde onderdelen?

Nee, zoals ook verwoord in spelregel 3 zijn de doorbraakmiddelen uitsluitend bestemd voor diensten en producten die onder de Zvw vallen.

1.5 Kunnen wij een Word-bestand krijgen van de modelplannen?

Nee, Zorgverzekeraars Nederland werkt aan digitale aanvraagformulieren. De modelplannen worden uitsluitend gepubliceerd om u tijdig te informeren en u de gelegenheid te geven zich alvast voor te bereiden. Wij verwachten nog niet dat u de modelplannen nu al invult of op basis daarvan een aanvraag opstelt. Zodra de digitale aanvraagformulieren beschikbaar zijn, kunt u uw aanvraag via deze formulieren indienen.

1.6 Hoe ziet het exacte beoordelingsproces eruit?

Het exacte beoordelingsproces is nog in uitwerking. Als hier meer informatie over bekend is, informeren wij jullie via www.zorgakkoorden.nl.

1.7 Hoe ziet het verantwoordingsproces eruit?

De formele verantwoording (ex-post) verloopt in hoofdlijnen op dezelfde wijze als bij de transformatiemiddelen. Achteraf rapporteert u over de werkelijke kosten. Kosten boven het toekenningsbedrag worden niet vergoed en u kunt nooit méér ontvangen dan de werkelijk gemaakte kosten. Dus indien nodig volgt een verrekening.

Aan het verantwoordingskader transformatiemiddelen wordt een addendum toegevoegd voor de doorbraakmiddelen. Volgens de planning van de NZa is dit addendum op 1 december gereed. In dit addendum worden de aspecten behandeld die specifiek zijn voor de doorbraakmiddelen en afwijken van de transformatiemiddelen.

Zodra meer informatie beschikbaar is over het verantwoordingsproces, informeren wij u via zorgakkoorden.nl

1.8 Wat is leidend voor het aantonen van resultaten en het inzetten van de doorbraakmiddelen: de einddatum van 31-12-2029 of de projectlooptijd van 3 jaar?

Conform spelregel 3 is de einddatum van 31-12-2029 leidend voor het behalen van de resultaten en het inzetten van de middelen.

1.9 Onder welke voorwaarden wordt een generieke korting toegepast? Hoe wordt het kortingspercentage bepaald?

De generieke korting wordt toegepast wanneer het totaal van de aanvragen die binnen dezelfde indieningsperiode over alle modelplannen heen worden ingediend, het beschikbare budget van € 600 miljoen aan doorbraakmiddelen overschrijdt. De korting bedraagt maximaal 10%. Bij het bepalen van de hoogte van deze korting wordt rekening gehouden met de gevolgen voor zowel de beoogde als de al gerealiseerde impact van de betreffende plannen.

1.10 Welke eisen zijn er gesteld i.r.t. uurtarieven?

Er zijn geen specifieke eisen gesteld aan de hoogte van de uurtarieven. U bent als zorgaanbieder zelf verantwoordelijk voor het bepalen en betalen van redelijke en passende tarieven.

1.11 Is het nodig om de projectbegroting aan te leveren bij de aanvraag?

Nee, bij de aanvraag hoeft geen projectbegroting te worden aangeleverd. Het toekenningsbedrag is normatief berekend en staat per modelplan beschreven. De aanvrager vraagt dit bedrag aan. Het is niet mogelijk een hoger bedrag aan te vragen.

1.12 Is het nodig om de (marktleidende) zorgverzekeraars te betrekken in het aanvraagproces?

Nee, in het aanvraagproces hoeven de zorgaanbieders de (marktleidende) zorgverzekeraars niet vooraf te betrekken of te informeren.

1.13 Hoe ziet het monitoringsproces eruit?

Het exacte monitoringsproces is nog in uitwerking. Als hier meer informatie over bekend is, wordt u geïnformeerd via zorgakkoorden.nl

1.14 Betreft een fte-besparing een verlaging van de loonkosten?

Nee, een fte-besparing hoeft niet te leiden tot een verlaging van de loonkosten. De doorbraakmiddelen hebben tot doel om bij te dragen aan het verminderen van het stijgende arbeidsmarkttekort. Het is aan partijen om gezamenlijk (bilateraal) afspraken over te maken hoe en waar de bespaarde fte's ‘verzilverd’ worden.

1.15 Mag een zorgaanbieder doorbraakmiddelen aanvragen voor een initiatief dat al deels via transformatiemiddelen wordt gefinancierd?

Ja, de zorgaanbieder mag een aanvraag indienen voor het deel van het initiatief dat nog niet via transformatiemiddelen is gefinancierd. Voor het deel dat al via transformatiemiddelen wordt bekostigd, is een aanvraag voor doorbraakmiddelen niet mogelijk (dubbele financiering). Ook is financiering met terugwerkende kracht niet mogelijk. De doorbraakmiddelen zijn uitsluitend bedoeld voor het realiseren van de resultaten zoals opgenomen in het modelplan (spelregel 10).

1.16 Hoe verhoudt de normatieve toekenning (Q&A 1.11: geen projectbegroting bij de aanvraag) zich tot de verrekening achteraf op basis van werkelijke kosten (Q&A 1.7)?

De normatieve toekenning en de verrekening achteraf op basis van werkelijke kosten bestaan naast elkaar. De normbedragen zijn normatief berekend en worden uitbetaald op basis van het behalen van de KPI's zoals in het modelplan beschreven. Kosten boven het toekenningsbedrag worden niet vergoed. Daarnaast kunt u nooit meer ontvangen dan de werkelijk gemaakte kosten, dus indien nodig volgt een verrekening.

1.17 Mag een zorgaanbieder doorbraakmiddelen aanvragen voor een initiatief dat al deels via transformatiemiddelen wordt gefinancierd?

Ja, de zorgaanbieder mag een aanvraag indienen voor het deel van het initiatief dat nog niet via transformatiemiddelen is gefinancierd. Voor het deel dat al via transformatiemiddelen wordt bekostigd, is een aanvraag voor doorbraakmiddelen niet mogelijk (dubbele financiering). Ook is financiering met terugwerkende kracht niet mogelijk. De doorbraakmiddelen zijn uitsluitend bedoeld voor het realiseren van de resultaten zoals opgenomen in het modelplan (spelregel 10).

1.18 Kan een partij, om enige reden, uit een gezamenlijke aanvraag stappen?

Alleen met zwaarwegende redenen kan een partij stoppen met een gezamenlijk project terwijl de overige deelnemers doorgaan. De samenwerkende partijen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het doorbraakplan tot een succes te maken en gezamenlijk de KPI's te halen. Stoppen door een of enkele deelnemers kan alleen als dat een gezamenlijk besluit van de samenwerkende partijen is, gecommuniceerd door de coördinerend aanvrager, en de overgebleven partijen nog voldoen aan de inclusiecriteria (zoals minimaal aantal zorgverleners). De uitgevallen deelnemer kan niet op individuele basis doorgaan met het uitvoeren van het doorbraakplan en het contract wordt beëindigd.

1.19 Met welke AGB dient de aanvrager een aanvraag voor een modelplan in?

De aanvrager dient de aanvraag in met de ondernemings-AGB.

1.20 Als een generieke korting wordt toegepast, wie draagt dan verantwoordelijkheid voor het ontbrekende deel van kosten uit het modelplan?

Deze vraag komt pas aan de orde als de situatie zich werkelijk voordoet. Het BO IZA zal dan besluiten hoe om te gaan met het ontbrekende deel van de kosten uit het modelplan. Hierbij wordt rekening gehouden met de gevolgen van deze korting voor aanvragers.

2. Spraakgestuurd rapporteren

2.1 Telt een zorgverlener die spraakgestuurd rapporteren incidenteel gebruikt als actieve gebruiker, of mag deze nog worden meegeteld bij het aantal te implementeren zorgverleners?

Ja, een zorgverlener die spraakgestuurd rapporteren incidenteel gebruikt, telt als actieve gebruiker. Deze zorgverlener mag niet worden meegeteld bij het doelaantal zorgverleners dat u nog implementeert. Heeft een zorgverlener ooit meegedaan aan een pilot maar gebruikt de toepassing daarna niet meer, dan mag deze wél worden meegeteld bij dat doelaantal.

2.2 Is het mogelijk om als kleine zorgaanbieder in te schrijven op het modelplan spraakgestuurd rapporteren? En moet dat dan individueel of in de regio?

Gezamenlijk aanvragen is wenselijk en noodzakelijk voor kleine aanbieders: zo kan er gezamenlijk worden opgeschaald en van elkaar worden geleerd. Voor het modelplan spraakgestuurd rapporteren geldt een minimumaantal te includeren zorgverleners: ten minste 200 zorgverleners in de MSZ, 100 in de VVT of 100 in de ggz. Als een zorgaanbieder dit minimumaantal niet haalt, kan die samen met (een) andere zorgaanbieder(s) inschrijven. Die andere zorgaanbieders hoeven niet uit dezelfde regio te komen.                                                                                                                                

2.3 Er staat geen minimumomvang voor de huisartsenzorg genoemd. Klopt het dat de minimumeis van 100 zorgverleners bij spraakgestuurd rapporteren ook bij de huisartsenzorg geldt?

Nee, voor de huisartsenzorg geldt geen minimumaantal te includeren zorgverleners. Doordat de RHO’s de aanvraag indienen is de verwachting dat hiermee een voldoende schaal en de positieve effecten van samenwerking worden behaald.

2.4 Moeten zorgaanbieders die gezamenlijk aanvragen voor spraakgestuurd rapporteren dezelfde leverancier kiezen, of maakt elke zorgaanbieder daarin een eigen keuze?

Het doel van gezamenlijk aanvragen is om samen op te schalen en van elkaar te leren. Daarom is het wenselijk dat de deelnemende zorgaanbieders zoveel mogelijk dezelfde toepassing gebruiken. In de praktijk betekent dat vaak dezelfde leverancier, maar dat is geen voorwaarde: als verschillende leveranciers dezelfde toepassing ondersteunen, is dat ook mogelijk. Het is bij een gezamenlijke aanvraag dus niet verplicht om dezelfde leverancier te kiezen. De keuze voor een leverancier blijft aan de zorgaanbieder zelf.

2.5 Wanneer komt de lijst met referenties beschikbaar?

Voor spraakgestuurd rapporteren komt de lijst met referenties in november beschikbaar. Deze referentielijsten worden door de koepels aan hun leden beschikbaar gesteld. Naast deze lijsten wordt ook een lijst met good practices samengesteld die breder gedeeld zal worden.
Verdere ondersteuning van de doorbraakprojecten wordt georganiseerd via de landelijke ondersteuningsstructuur die als onderdeel van het Programma Realisatie AI in de zorg gerealiseerd gaat worden. Voor meer informatie: https://www.datavoorgezondheid.nl/actueel/nieuws/2026/09/30/programmaplan-realisatie-ai-in-de-zorg-gereed.

2.6 Kunnen zorgaanbieders die al gestart zijn met spraakgestuurd rapporteren ook een aanvraag indienen?

Ja, zorgaanbieders die al gestart zijn kunnen een aanvraag indienen voor opschaling van spraakgestuurd rapporteren. Het aantal nieuw te includeren gebruikers (minimaal 200 zorgverleners in de MSZ en 100 in de VVT of ggz) bepaalt het normbedrag. De aanvraag maakt aanspraak op alle KPI's, ook KPI A2 ('Klaar voor gebruik'). Daarbij geldt wel dat financiering van activiteiten die reeds waren uitgevoerd voor implementatie van het modelplan niet mogelijk is (spelregel 10).

2.7 Hoe zijn de besparingstargets bij spraakgestuurd rapporteren gedefinieerd en hoe moet de besparing aangetoond worden?

Bij spraakgestuurd rapporteren moet de aanvrager een beoogde tijdsbesparing (KPI B1) aantonen. Voor meer informatie over de definitie van de besparing zie in het modelplan 3.2 Impact op arbeidsinzet en 4.1.2 Resultaat-KPI's.

2.8 Is het nodig om bij spraakgestuurd rapporteren aan te vragen met een koploper?

Nee, bij het modelplan spraakgestuurd rapporteren hoef je niet met een koploper aan te vragen. Wel is het nodig om een referentie aan te leveren van ten minste één vergelijkbare organisatie waar spraakgestuurd rapporteren is opgeschaald.

2.9 Is het bij een regionale aanvraag nodig om op regionaal niveau inzage te geven in het gebruik van spraakgestuurd rapporteren?

Het is niet nodig om op regionaal niveau inzage te geven. Dit inzicht is wel nodig op het niveau van iedere deelnemende organisatie. Voor de huisartsen in het bijzonder betekent dit dat de RHO's, als aanvrager, bij de deelnemende praktijken het gebruik moeten inventariseren om op praktijkniveau terug te koppelen bij de evaluaties (KPI A3 en A4).

2.10 Welke uitbreiding van toepassingsmogelijkheden van ambient listening is toegestaan?

Uitbreidingen worden aangemoedigd, maar zijn geen onderdeel van de te behalen KPI’s en dus ook niet van de doorbraakmiddelen. Voorbeelden hiervan zijn gestructureerde data-extractie, codering, briefgeneratie of spraakgestuurd adviseren (dat laatste met uitzondering voor de ggz, waar het wel mogelijk is om hiervoor doorbraakmiddelen aan te vragen).

Voor ambient listening gelden geen beperkingen voor de plek in het zorgpad of de setting waarin deze ingezet wordt, behalve gemeenschappelijke ruimtes (VVT) en groepsgesprekken (ggz).

2.11 Kan de RHO bij spraakgestuurd rapporteren namens de huisartsen een toezegging tot deelname op regionaal niveau doen, in plaats van per praktijk?

Nee, een toezegging tot deelname op regionaal niveau is niet mogelijk. Een RHO (of bij uitzondering een ander samenwerkingsverband) geeft het aantal deelnemende praktijken en zorgverleners per deelnemende praktijk op. Alle deelnemende praktijken moeten bij indiening al hebben toegezegd en worden opgenomen in de aanvraag; aanvragen met nog te werven praktijken wijzen zorgverzekeraars af.

2.12 Is er een landelijke meetmethodiek beschikbaar voor het onderbouwen van de beoogde tijdsbesparing bij spraakgestuurd rapporteren?

Nee, er is geen landelijke meetmethodiek beschikbaar voor het onderbouwen van de beoogde tijdsbesparing. De impactmeting moet niet leiden tot disproportionele lasten. Er wordt een pragmatische, verantwoordingsgerichte benadering voorgesteld: bestuurders tekenen voor het behalen van de doelstelling en organisaties vullen de meting passend in, zonder uniform voorgeschreven en controlerend meetkader. In het modelplan zijn drie voorbeelden ter illustratie te vinden over een meetmethodiek. Er volgt geen aanvullende handreiking vanuit de koepels.

2.13 Wat houdt bij spraakgestuurd rapporteren een gezamenlijke aanvraag met meerdere zorgaanbieders precies in?

Bij een gezamenlijke aanvraag dienen de deelnemende zorgaanbieders samen één aanvraag in, met één coördinerend aanvrager. Ondanks de gezamenlijke aanvraag sluit elke deelnemende zorgaanbieder uiteindelijk een eigen contract. Over de inspannings-KPI's rapporteren de deelnemende zorgaanbieders gezamenlijk. De zorgverzekeraar beoordeelt en verrekent de KPI's echter per zorgaanbieder individueel, op basis van het eigen resultaat van elke zorgaanbieder.

2.14 Heeft bij spraakgestuurd rapporteren een gezamenlijke aanvraag gevolgen voor het normbedrag per zorgverlener?

Nee, bij spraakgestuurd rapporteren heeft gezamenlijk aanvragen geen invloed op het normbedrag per zorgverlener. De deelnemende zorgaanbieders voldoen eerst gezamenlijk aan de minimumeis. Daarna wordt het toekenningsbedrag per zorgaanbieder berekend op basis van het eigen aantal zorgverleners, gelijk aan de berekening bij individuele aanvragen.

2.15 Mag bij spraakgestuurd rapporteren een deelnemer binnen de eigen coalitie als referentie dienen?

Ja, een deelnemer binnen de eigen coalitie mag als referentie dienen.

2.16 Moeten huisartsenpraktijken vooraf commitment geven op de spraakgestuurd rapporteren tool die zij gaan gebruiken, of is commitment op deelname voldoende?

De commitment op deelname is voldoende. Een RHO (of bij uitzondering een ander samenwerkingsverand) geeft het aantal deelnemende praktijken en zorgverleners per deelnemende praktijk op. Alle deelnemende praktijken moeten bij indiening al hebben toegezegd; aanvragen met nog te werven praktijken wijzen zorgverzekeraars af.

2.17 Wie telt voor spraakgestuurd rapporteren mee als zorgverlener?

Onder een zorgverlener verstaan we in dit modelplan medewerkers die Zvw-zorg verlenen binnen de sectoren MSZ, VVT, GGZ of huisartsenzorg. Doktersassistenten vallen daarmee binnen deze definitie. Medewerkers met een uitsluitend ondersteunende functie, die zelf geen Zvw-zorg verlenen, worden niet meegerekend. Ook bijvoorbeeld fysiotherapeuten vallen buiten de scope, omdat fysiotherapie geen onderdeel is van de sectoren die in het modelplan zijn opgenomen.

2.18 Hoe moeten VVT-organisaties die zowel Zvw- als Wlz-zorg leveren, praktisch omgaan met het aanvragen en verantwoorden van doorbraakmiddelen voor spraakgestuurd rapporteren?

VVT-organisaties kunnen doorbraakmiddelen voor spraakgestuurd rapporteren aanvragen voor alle medewerkers die Zvw-zorg leveren. Deze medewerkers hoeven niet uitsluitend Zvw-zorg te leveren. Voor medewerkers die alleen Wlz-zorg leveren, kan de organisatie geen doorbraakmiddelen aanvragen. Kan de organisatie de toepassing na de inrichting ook voor de Wlz gebruiken, dan is dat geen beperking voor de aanvraag.

De organisatie levert de bewijslast voor de KPI’s alleen aan voor de medewerkers voor wie zij doorbraakmiddelen heeft aangevraagd.

Schaalt een VVT-organisatie spraakgestuurd rapporteren breed op, dan past zij bij de verantwoording van de werkelijke kosten een afslag toe. Hiertoe kan de afslag gebruikt worden die gelijk is aan het percentage medewerkers dat Wlz-zorg levert of een andere verdeelsleutel die uitlegbaar en navolgbaar is.

3. Capaciteitsplanning

3.1 Klopt het dat je bij het modelplan capaciteitsplanning niet gezamenlijk hoeft aan te vragen?

Gezamenlijk aanvragen heeft de voorkeur, omdat samenwerking bijdraagt aan harmonisatie, aan leren van elkaar en aan de schaal en daarmee de efficiëntie van de implementatie. Een aanvraag mag echter ook individueel worden ingediend, zolang de aanvrager voldoet aan de eisen voor de minimale omvang.

3.2 Is het mogelijk om capaciteitsplanning te implementeren tussen organisaties in een bredere regionale context?

Ja dat kan. Het modelplan stelt geen eis dat capaciteitsplanning binnen de instelling zelf plaatsvindt. Als de aanvrager regionaal wil samenwerken, dan zijn er twee opties:

  1. De aanvrager werkt samen met andere instellingen en behaalt en verantwoordt de productiviteitsverbetering zelf, waarbij de aanvrager zelf de financiële afspraken maakt met de andere partijen.
  2. Of de aanvrager dient een gezamenlijke aanvraag in met andere zorgaanbieders die ieder hun eigen resultaat-KPI behalen.

3.3 Is er een financiële consequentie bij gezamenlijk aanvragen door ziekenhuizen? Kan ieder ziekenhuis dan nog steeds € 300.000 aanvragen, of moet dit bedrag dan gedeeld worden? 

Nee, er is geen financiële consequentie bij gezamenlijk aanvragen door ziekenhuizen bij het modelplan capaciteitsplanning. Ieder ziekenhuis kan dan nog steeds € 300.000 per onderdeel aanvragen. Daarbij blijft gelden dat er maximaal voor drie onderdelen per ziekenhuis één aanvraag kan worden ingediend.

3.4 Is het inzetten van maximaal 10% van het normbedrag voor het op orde brengen van data-infrastructuur uitsluitend voor capaciteitsplanning, of is dit ook toegestaan bij andere modelplannen?

Enkel bij capaciteitsplanning mag maximaal 10% van het normbedrag worden ingezet voor het op orde brengen van data-infrastructuur.

3.5 Wat wordt bedoeld met productiviteitsverbetering in de MSZ (ziekenhuizen, revalidatie-instellingen en zbc's)?

Het gaat om winst op de directe zorginzet: dezelfde zorgproductie met minder zorg-fte of meer zorgproductie met dezelfde zorg-fte. Zie het voorbeeld op pagina 7 en 8 van het modelplan capaciteitsplanning.

3.6 Telt "meer klanten bedienen per medewerker/fte in dezelfde tijd" als invulling van de KPI '2% verbetering van directe cliëntgebonden tijd' in de VVT?

Nee, 'meer klanten bedienen per fte' telt niet mee als invulling van de KPI. 'Meer klanten bedienen per fte' gaat over productievolume. De resultaat-KPI meet iets anders: het aandeel direct cliëntgebonden tijd ten opzichte van de totaal gewerkte uren. Deze twee grootheden bewegen niet per definitie samen.

Voor de VVT is bewust niet gekozen voor een productiviteits-KPI zoals in de MSZ, onder andere omdat een bruikbare effectiviteitsmaat zoals in de MSZ ontbreekt en het knelpunt in de VVT juist zit in het aandeel directe tijd dat zorgverleners aan de cliënt besteden.

3.7 Revalidatie-instellingen worden niet uitgelegd in paragraaf 2.1.2. We willen graag met de capaciteitsplanning van revalidatie-instellingen aan de slag - liefst ook met AI. Hoe past dit in het modelplan?

Revalidatiecentra vallen in deze paragraaf onder de medisch-specialistische zorg. De doelstelling voor de productiviteitsverbetering moet minimaal 2% zijn op het geheel. De inzet van AI is hierin mogelijk.

3.8 Wat verklaart het verschil tussen het normbedrag van ziekenhuizen en revalidatie-instellingen?

Vanwege de verschillen in omvang tussen de organisaties is gekozen voor een differentiatie in de beschikbare bedragen.

3.9 In het modelplan staat “U levert een referentie aan van ten minste één vergelijkbare organisatie waar spraakgestuurd rapporteren is opgeschaald ...”  klopt het dat dit een fout is?

Ja, hier had moeten staan capaciteitsplanning in plaats van spraakgestuurd rapporteren.

3.10 Wanneer komt de lijst met referenties beschikbaar?

Voor capaciteitsplanning komt de lijst met referenties in november beschikbaar. Deze referentielijsten worden door de koepels aan hun leden beschikbaar gesteld. Naast deze lijsten wordt ook een lijst met good practices samengesteld die breder gedeeld zal worden. Verdere ondersteuning van de doorbraakprojecten wordt georganiseerd via de landelijke ondersteuningsstructuur die als onderdeel van het Programma Realisatie AI in de zorg gerealiseerd gaat worden. Voor meer informatie: https://www.datavoorgezondheid.nl/actueel/nieuws/2026/09/30/programmaplan-realisatie-ai-in-de-zorg-gereed]

3.10 Is al bekend wie de good practices zijn? En zo niet, wanneer wordt dit bekend?

De lijst van good practices wordt opgesteld door de koepelorganisaties en wordt zo snel mogelijk gedeeld. We streven naar publicatie van de lijst in september.

3.11 Mag een revalidatie-instelling, VVT-aanbieder of ZBC met een omzet van +€30 miljoen individueel maximaal €200.000 aanvragen?

Ja, revalidatiecentra met een omzet van meer dan € 30 miljoen kunnen inderdaad maximaal € 200.000 aanvragen.

3.12 Als revalidatie-instellingen, VVT-aanbieders of ZBC's willen samenwerken om schaalvoordelen te behalen, mogen de normbedragen dan worden samengevoegd?

Nee, bij een gezamenlijke aanvraag mogen de normbedragen niet worden samengevoegd. De opgetelde omzet van de deelnemende zorgaanbieders bepaalt het normbedrag.

3.13 Kunnen zorgaanbieders die al gestart zijn met capaciteitsplanning ook een aanvraag indienen?

Ja, zorgaanbieders die al gestart zijn met capaciteitsplanning kunnen een aanvraag indienen. Met het indienen van de aanvraag committeert de zorgaanbieder zich aan het behalen van de doelstelling op de resultaat-KPI. Die doelstelling geldt ten opzichte van de uitgangssituatie. Financiering van activiteiten die al zijn uitgevoerd voor implementatie van het modelplan is daarbij niet mogelijk.

3.14 Hoe zijn de besparingstargets bij capaciteitsplanning gedefinieerd en hoe moet de besparing aangetoond worden?

Bij capaciteitsplanning moet de aanvrager een beoogde productiviteitsverbetering van 2% (MSZ) of verbetering van directe cliëntgebonden tijd van 2%-punt (VVT) (KPI B1) behalen. Zie Q&A vragen 3.5 en 3.6 voor de definities hiervan.

3.15 Is het nodig om bij capaciteitsplanning aan te vragen met een koploper?

Nee, voor het modelplan capaciteitsplanning hoef je niet met een koploper aan te vragen. Wel is het nodig om een referentie aan te leveren van ten minste één vergelijkbare organisatie waar capaciteitsplanning is opgeschaald.

3.16 Hoe wordt het normbedrag bij capaciteitsplanning verdeeld bij een gezamenlijke aanvraag met zorginstellingen vanuit VVT, revalidatie of ZBC's?

Bij een gezamenlijke aanvraag voor capaciteitsplanning vanuit de VVT, revalidatie of ZBC's wordt het normbedrag over de zorginstellingen verdeeld op basis van de omzet per aanvrager.

3.17 Hoe moeten VVT-organisaties die zowel Zvw- als Wlz-zorg leveren, praktisch omgaan met het aanvragen en verantwoorden van doorbraakmiddelen voor capaciteitsplanning?

VVT-organisaties kunnen doorbraakmiddelen voor capaciteitsplanning aanvragen voor de werkprocessen en systemen van alle afdelingen en teams die Zvw-zorg leveren. Deze afdelingen en teams hoeven niet uitsluitend Zvw-zorg te leveren. Voor afdelingen en teams die alleen Wlz-zorg leveren, kan de organisatie geen doorbraakmiddelen aanvragen. Kan de organisatie de toepassing na de inrichting ook voor de Wlz gebruiken, dan is dat geen beperking voor de aanvraag.

De organisatie levert de bewijslast voor de KPI's alleen aan voor de afdelingen en teams waarvoor zij doorbraakmiddelen heeft aangevraagd, dus voor het Zvw-deel van de organisatie.

Schaalt een VVT-organisatie capaciteitsplanning breed op in de organisatie, dan past zij bij de verantwoording van de werkelijke kosten een afslag toe. Hiertoe kan de afslag gebruikt worden die gelijk is aan het aandeel Wlz-kosten in de verdeling tussen Zvw-kosten en Wlz-kosten volgens de jaarrekening of een andere verdeelsleutel die uitlegbaar en navolgbaar is.

3.18 Welke omzet telt mee voor de minimale gezamenlijke omzet van €10 miljoen bij capaciteitsplanning?

Het gaat om de gezamenlijke omzet in de Zvw in brede zin voor de sectoren die aanspraak kunnen maken op de doorbraakmiddelen. Wlz-omzet telt niet mee.

4. Tele- en thuismonitoring

4.1 Gelden de doorbraakmiddelen alleen voor telemonitoring van de genoemde zes paden?

Ja, de doorbraakmiddelen bij telemonitoring gelden alleen voor de genoemde zes zorgpaden.

4.2 Kunnen initiatieven die al gestart zijn met telemonitoring ook een aanvraag indienen?

Ja, MSZ-instellingen die telemonitoring al klaar voor gebruik hebben, kunnen een aanvraag indienen voor de adoptie, verdere opschaling en doorontwikkeling van zorgpaden. KPI's A1 en A2 vervallen in de uitbetaling. U maakt dan wel aanspraak op de overige delen (A3 en A4) en het resultaatbudget (B1). Dit betekent maximaal 55% van de € 92.000 per zorgpad per MSZ-instelling. Dus maximaal € 50.600 per zorgpad per MSZ-instelling met uitbetaling bij KPI’s A3, A4 en B1.

4.3 Gelden de doorbraakmiddelen voor tele- en thuismonitoring ook voor opschaling van telemonitoring naar een regionaal monitoringscentrum?

Ja, opschaling naar een regionaal monitoringscentrum mag, mits de aanvrager de KPI's uit het modelplan behaalt, ongeacht of dit lokaal of regionaal wordt ingericht.

4.4 Kun je je als ziekenhuis met een koploper(ziekenhuis) aanmelden of moet het in samenwerking met een ketenpartner, bijvoorbeeld de huisartsen?

Bij elke aanvraag moet een koploper betrokken worden. Andere aanvragers kunnen msz-zorginstellingen zijn. De eerste lijn, wijkverpleging of sociaal domein, kunnen ook betrokken worden, maar niet als aanvrager. Als de eerste lijn betrokken is, maakt de aanvragende zorginstelling goede financiële afspraken met deze partijen binnen het normbedrag. Conform spelregel 3 mogen de doorbraakmiddelen niet worden ingezet voor het sociaal domein.

4.5 Bij tele- en thuismonitoring dient een MSZ-instelling samen met een koploper aan te vragen. Mag die koploper ook een instelling buiten de eigen regio zijn?

Ja, de koploper mag ook buiten de eigen regio liggen.

4.6 Kan het modelplan tele- en thuismonitoring worden ingezet voor de uitrol naar de eerste lijn?

Nee, het is niet mogelijk om het modelplan in te zetten voor uitrol naar de eerste lijn. De doorbraakmiddelen zijn bedoeld om succesvolle initiatieven die in de praktijk hun waarde hebben bewezen, verder op te schalen. Het modelplan is daarom gericht op opschaling binnen de MSZ en moeten de KPI’s behaald worden binnen de MSZ. U kunt de eerste lijn wel als waardevolle regionale partner betrekken.

4.7 Moet bij tele- en thuismonitoring dezelfde leverancier worden gekozen als de koploper?

Het modelplan gaat ervan uit dat aanvragers zich zoveel mogelijk aansluiten bij de koploper. Harmonisatie speelt op drie niveaus: zorgpaden en protocollen, ICT-infrastructuur en de organisatie van de monitoring zelf. Zorgverzekeraars toetsen de aanvraag op deze drie niveaus, waarbij de aanvrager de gemaakte keuzes toelicht en onderbouwt.

Het is dus niet verplicht om dezelfde leverancier te kiezen als de koploper. In de praktijk zal dat vaak wel de logische keuze zijn, maar als verschillende leveranciers dezelfde toepassing ondersteunen is dat ook mogelijk. De aanvrager licht die keuze in de aanvraag toe.

4.8 Wat is de definitie van een koploper?

Een koploper is een MSZ-instelling of bestaand monitoringsinitiatief die vooroploopt met de toepassing van tele- en thuismonitoring op een specifiek zorgpad. Dat wil zeggen dat een koploper:

  • Al meerdere patiënten heeft geïncludeerd in het hybride zorgpad én de ervaringen van de MSZ-instelling, de zorgverleners en de patiënten zijn positief.
  • De waarde van tele- en thuismonitoring voor dat zorgpad erkent en die met trots uitdraagt.
  • Bereid is tot het delen van kennis, standaardprotocollen en/of monitoren van de patiënten voor MSZ-instellingen die zich aansluiten. 

Een MSZ-aanbieder bepaalt uiteindelijk zelf of deze aan de definitie voldoet. Er is geen limitatieve lijst met koplopers.

4.9 Is er een centrale lijst met koplopers?

Nee, er is geen centrale lijst met koplopers. Het uitgangspunt is dat MSZ-instellingen zelf zicht hebben op wie de koplopers in de markt zijn. Ter inspiratie kunnen een aantal online bronnen behulpzaam zijn, zoals:

Mocht extra hulp nodig zijn, dan kunnen de NVZ-leden zich wenden tot de NVZ.

4.10 Wat is er nodig om een samenwerking met een koploper aan te tonen?

Om een samenwerking met een koploper aan te tonen geven aanvragers in het aanvraagformulier aan met welke koploper (MSZ-instelling of bestaand monitoringsinitiatief) ze samenwerken (per zorgpad) en hoeveel patiënten deze koploper geïncludeerd heeft.

4.11 Hoe zijn de besparingstargets bij telemonitoring gedefinieerd en hoe moet de besparing aangetoond worden?

De norm is 15 fte arbeidsbesparing per € 1 miljoen doorbraakmiddelen, oftewel circa 1,4 fte per zorgpad bij een normbedrag van € 92.000. Achteraf verantwoordt de aanvrager per impactgebied (bv. polibezoek of SEH-opname) en zorgpad de gerealiseerde arbeidsbesparing. De aanvrager stelt deze vast op basis van de afname in aantal activiteiten (bijvoorbeeld aantal polibezoeken) maal de gemiddelde arbeidsinzet per activiteit, minus de extra arbeidsinzet in het monitoringscentrum voor dat zorgpad. Op basis van deze onderbouwing stelt de zorgverzekeraar vast welk aandeel van de doelstelling is behaald.

4.12 In de bijlage van het modelplan staat geen voorbeeld voor het zorgpad voor diabetes type I. Volgt dit nog?

Nee, het voorbeeld zorgpad voor diabetes type I volgt niet. Ziekenhuizen kunnen zelf op zoek naar een voorbeeld.

4.13 Heeft het betrekken van een regionale partner, zoals de eerste lijn, wijkverpleging of het sociaal domein, bij een telemonitoringsinitiatief impact op de goedkeuring van de aanvraag?

Nee, het betrekken van een regionale partner (zoals de eerste lijn, wijkverpleging of het sociaal domein) is geen harde vereiste en heeft op zichzelf geen invloed op de goedkeuring van de aanvraag. Samenwerking met regionale partners kan uiteraard wel van toegevoegde waarde zijn voor de uitvoering en inbedding van een telemonitoringsinitiatief, maar is niet verplicht.

4.14 Wat zijn goede financiële afspraken met eerstelijnspartners binnen het normbedrag, en welke eisen gelden daarvoor?

Mocht de aanvragende MSZ-instelling afspraken willen maken met ketenpartijen, dan is het aan hen om daar goede financiële afspraken over te maken, het modelplan schrijft hierover niets voor. De aanvragende MSZ-instelling wordt uitbetaald bij het behalen van KPI's. Achteraf verantwoordt de MSZ-instelling de gemaakte werkelijke kosten met het NZa-verantwoordingskader. Als betalingen aan eerstelijns partijen hier onderdeel van uitmaken dan moet de MSZ-instelling dit kunnen onderbouwen/aantonen. De financiering moet betrekking hebben op Zvw-zorg en mag niet leiden tot dubbele bekostiging van activiteiten die al met andere middelen zijn gefinancierd.

4.15 Is live monitoring daadwerkelijk een vereiste, of valt thuisregistratie die achteraf wordt uitgelezen ook in scope?

Live monitoring is geen harde vereiste. Ook thuisregistratie, waarbij de gegevens achteraf worden uitgelezen in een MSZ-instelling, valt binnen de scope. Wel wordt u beoordeeld op het behalen van de vastgestelde KPI’s. Een deel hiervan betreft resultaat-KPI’s, zoals het verminderen van het aantal consulten. Het is daarom belangrijk om goed na te denken of deze resultaten ook met uitsluitend thuisregistratie kunnen worden behaald, waarbij de gegevens achteraf in een MSZ-instelling worden uitgelezen.

4.16 Is een koploper specifiek gekoppeld aan een zorgpad of is één koploper voldoende voor alle zorgpaden?

Een koploper is specifiek gekoppeld aan een zorgpad. In de aanvraag geeft de aanvrager per zorgpad een koploper op.

4.17 Hangt de uitbetaling van KPI A3 en A4 bij tele- en thuismonitoring af van het behalen van het streefpercentage voor inclusie (KPI C3)?

Nee, de aanvrager hoeft het streefpercentage van KPI C3 niet te behalen om KPI A3 en A4 uitbetaald te krijgen. De aanvrager monitort KPI C3 wel en neemt deze op in de evaluaties bij KPI A3 en A4.

De resultaat-KPI B1 impact op arbeidsinzet bestaat uit een aantal geïncludeerde patiënten en een impact per patiënt. Om de resultaat-KPI B1 impact op arbeidsinzet te behalen, heeft de aanvrager dus wel een bepaald inclusiepercentage met een bepaalde schaalgrootte nodig. Het streefpercentage bij KPI C3 dient daarbij als richtlijn.

4.18 Wordt er een minimumaantal patiënten per zorgpad gehanteerd bij de beoordeling van de aanvraag?

Nee, er geldt geen vast minimumaantal patiënten. Wel geldt als richtlijn dat per zorgpad een arbeidsbesparing van 1,38 fte moet worden gerealiseerd. Dit volgt uit twee gegevens: de norm in het modelplan van 15 fte per geïnvesteerd miljoen euro en het bedrag van € 92.000 dat een aanvrager per zorgpad kan aanvragen (15 × 0,092 = 1,38 fte). Bij gemiddeld € 100.000 per fte komt dit neer op een besparing van circa €138.000 per jaar. Het modelplan gaat uit van een gemiddelde netto besparing van € 280 per patiënt. Daarvoor zijn per zorgpad circa 493 extra geïncludeerde patiënten nodig. Kunt u per patiënt een hogere besparing aannemelijk maken, dan zijn er minder patiënten nodig.

5. Mentaal schakelpunt

5.1 De onderbouwing van de investering van € 1 miljoen tegenover een besparing van 16 fte is op dit moment onvoldoende duidelijk?

De onderbouwing van de arbeidsbesparing die onder het MSP-plan ligt is gebaseerd op verschillende onderdelen die via dit plan arbeidsinzet besparen in de hele keten. Denk daarbij aan: het terugdringen van het aantal herverwijzingen en vaker kunnen afbuigen naar het sociaal domein.

5.2 Hoe wordt arbeidsbesparing gemonitord bij het modelplan mentaal schakelpunt?

Een aanvrager committeert zich aan het realiseren van de impact op arbeidsbesparing, die over de hele keten behaald mag worden. Alleen op de KPI's wordt gemonitord. De arbeidsbesparing (in de keten) is dan ook geen expliciet onderdeel van de monitoring bij mentaal schakelpunt.

5.3 Kunnen regio's die al gestart zijn met het mentaal schakelpunt een aanvraag indienen?

Ja, regio's die al gestart zijn met (onderdelen van) het mentaal schakelpunt kunnen een aanvraag indienen. Daarbij geldt wel dat doorbraakmiddelen alleen beschikbaar zijn voor onderdelen die nog niet op een andere manier zijn gefinancierd. Zie ook spelregel 10: Financiering van activiteiten die niet expliciet onderdeel zijn van het modelplan of die al zijn uitgevoerd is niet mogelijk.

5.4 Hoe wordt de adoptiegraad van het Mentaal Schakelpunt bij KPI B1 bepaald?

Het Mentaal Schakelpunt wordt gefaseerd ontwikkeld. De definitie van de adoptiegraad is nog niet landelijk vastgesteld. Ook is nog niet uitgewerkt hoe de verschillende functionaliteiten van het MSP binnen KPI B1 meewegen

Dit is een ontwikkelvraagstuk dat samen met de mentale gezondheidsnetwerken die bij de ontwikkeling van het MSP betrokken zijn, wordt opgepakt. Zodra hierover landelijke afspraken zijn gemaakt, informeren wij u via zorgakkoorden.nl.

5.5 Wat betekent het voor een regio als de landelijke ontwikkeling van de aanbodmonitor, vraagtypering of matching vertraging oploopt, voor de regionale projectplanning, de KPI-verplichtingen en de uitbetaling van de doorbraakmiddelen?

Wij begrijpen dat regio’s zich zorgen maken over vertraging waar zij zelf geen invloed op hebben. Bij de opzet van de KPI’s hebben we rekening gehouden met de gefaseerde oplevering van MSP-functies. Ook worden maandelijks regionale informatiesessies georganiseerd om met alle betrokken regio’s de projectplanning te bespreken. Hoe we precies omgaan met de beoordeling en uitbetaling, en wat dit betekent voor de regionale projectplanning en de KPI-verplichtingen, wordt verder uitgewerkt. Zodra hierover landelijke afspraken zijn gemaakt, informeren wij u via zorgakkoorden.nl.

5.6 Op welke wijze kunnen regio’s zich realistisch committeren aan duurzame implementatie en structurele borging, zolang de structurele bekostiging, leverancierskeuze en het exploitatiemodel na 2029 nog in ontwikkeling zijn?

Naast de oplevering van een openbare aanbodcatalogus vult het MSP twee belangrijke functies in van het mentale gezondheidsnetwerk, namelijk wachttijdmonitor en transfermechanisme waardoor het belang om zowel het mentale gezondheidsnetwerk als het MSP structureel te borgen een belangrijk agendapunt is op de landelijke tafel.

Het MSP wordt ondersteund vanuit het AZWA en daarmee door alle landelijke partijen zoals NLGGZ, LHV, Ineen, VNG, Sociaal Werk Nederland en ZN. De landelijke werkorganisatie MSP heeft aandacht voor de vraagstukken rondom structurele bekostiging en het exploitatiemodel na 2029. Zodra hierover landelijke afspraken zijn gemaakt, zal daarover gecommuniceerd worden.

6. Digitale triage

6.1 Wat wordt bedoeld bij het normbedrag van de huisartsenposten met de zin "Dit bedrag schaalt niet mee, aangezien het aantal huisartsenposten per aanvraag in verhouding met de dagzorg laag is"?

De zin is ontstaan doordat bij andere modelplannen het bedrag per aanvrager kan variëren op basis van de grootte van de aanvraag, vanwege schaalvoordelen bij grotere aanvragen. Bij het normbedrag van digitale triage is geen schaling ingebouwd. Het normbedrag is als volgt opgebouwd:

  • Huisartsenpraktijken: € 10.000 of € 15.000 per praktijk, afhankelijk van de gekozen route
  • Huisartsenposten: € 30.000 per post

6.2 Kunnen praktijken die al gestart zijn met digitale triage een aanvraag indienen?

Ja, praktijken die al een digitaal triagekanaal hebben kunnen onderdeel uitmaken van de aanvraag. Voorwaarde is dat die praktijken dit kanaal nog onvoldoende of met weinig adoptie (gebruik van de toepassing door patiënten) hebben geïmplementeerd en dat zij de impact op arbeidsbesparing behalen.

6.3 Kan een landelijke huisartsenzorgorganisatie die geen RHO of HDS is, doorbraakmiddelen aanvragen voor digitale triage?

Ja, bij uitzondering. In principe is de aanvrager een RHO of een HDS. Een organisatie die huisartsenzorg levert op landelijke schaal kan ook aanvragen. Als een landelijke huisartsenorganisatie een aanvraag indient, doen ten minste het aantal huisartsenpraktijken mee die samen 25% van de ingeschreven patiënten van de totale landelijke huisartsenorganisatie beslaan, met een minimum van 50.000 ingeschreven patiënten.

6.4 Moeten de praktijken die gezamenlijk aanvragen voor digitale triage dezelfde leverancier kiezen, of maakt elke praktijk daarin een eigen keuze?

Het doel van gezamenlijk aanvragen is om samen op te schalen en van elkaar te leren. Daarom is het wenselijk dat de deelnemende praktijken zoveel mogelijk dezelfde toepassing gebruiken. In de praktijk betekent dat vaak dezelfde leverancier, maar dat is geen voorwaarde: als verschillende leveranciers dezelfde toepassing ondersteunen, is dat ook mogelijk. Het is dus niet verplicht om dezelfde leverancier te kiezen. De keuze voor een leverancier blijft aan de praktijken zelf.

7. Overig

7.1 Komt er nog een modelplan voor medische technologie beschikbaar?

Voor nu zijn de gepubliceerde modelplannen de enige beschikbare modelplannen. Er komt voor deze ronde geen modelplan voor medische technologie bij.
 
Volgend jaar wordt bezien of er een modelplan voor medische technologie wordt ontwikkeld. Dat gebeurt alleen als er na de huidige ronde middelen beschikbaar blijven.

 7.2 Komt er nog een modelplan voor digitale angst- en traumabehandeling (EMDR) beschikbaar?

Voor nu zijn de gepubliceerde modelplannen de enige beschikbare modelplannen. Er komt op korte termijn geen modelplan voor digitale angst- en traumabehandeling (EMDR) bij. Volgend jaar wordt bezien of er een modelplan voor digitale EMDR wordt ontwikkeld. Dat gebeurt alleen als er na het sluiten van de aankomende aanvraagronde nog middelen beschikbaar blijven.

7.3 Voor beslisondersteuning volgt besluitvorming in september. Is er al meer bekend over dit modelplan?

Het is bekend dat dit modelplan zich richt op de ggz. Zodra er meer informatie beschikbaar is over de doorbraakmiddelen, waaronder het modelplan voor beslisondersteuning, wordt deze via deze website gedeeld. We adviseren daarom om de website in aanloop naar de besluitvorming in september regelmatig te blijven volgen.