De komende jaren krijgt Rotterdam te maken met een forse toename van het aantal mensen met dementie, die steeds vaker thuis wonen. Dat vraagt om andere antwoorden dan alleen meer zorg inzetten. Sinds 2019 experimenteert de stad daarom met de sociale benadering dementie: een aanpak waarin niet de aandoening, maar het leven van de mens met dementie centraal staat.
Van vergrijzing naar herbezinning
“Wij wisten al een tijd dat het aantal mensen met dementie in Rotterdam de komende tien jaar gaat verdubbelen,” vertelt Marcella Braamskamp, beleidsmedewerker bij de gemeente Rotterdam en projectleider sociale benadering dementie. “Dan moet je jezelf de vraag stellen: is wat we nu doen genoeg, of moeten we daar iets naast zetten?”
Medewerkers van het SDB-team kunnen zonder agenda langsgaan. Dat maakt de aanpak nadrukkelijk anders dan veel bestaande vormen van ondersteuning, die vaak starten bij een indicatie of een zorgvraag. De sociale benadering is juist laagdrempelig en kan – zeker in de beginfase – zonder indicatie worden ingezet. Dat blijkt belangrijk in de praktijk. “Veel mensen, zeker ouderen, vragen laat om hulp,” zegt Braamskamp. “Juist dan is het waardevol als je al iets kunt bieden, zonder dat iemand eerst door allerlei administratieve hoepels moet.”
De sociale benadering dementie sluit aan bij meerdere lijnen uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), zoals het versterken van welzijn, het voorkomen van zware zorg en de beweging naar passende zorg dichtbij.
Van pilot naar gebiedsgerichte teams
Rotterdam startte in 2019 met verkenningen en begin 2021 ging het eerste team sociale benadering dementie van start in Hillegersberg-Schiebroek. Later volgden IJsselmonde, Charlois en – in beperktere mate – Noord. De stad koos bewust voor de meest vergrijsde gebieden.
De teams zijn samengesteld uit verschillende partners: ouderenzorgorganisaties Stichting Humanitas en Aafje, welzijnsorganisaties SOL en Gro-up en professionals uit de wijkteams. “Wij vonden het essentieel dat welzijn vanaf het begin betrokken was,” legt Braamskamp uit. “Als je echt ondersteuning wilt verschuiven van geïndiceerd naar een eerdere fase, en uit die medicalisering wilt blijven, dan moet je breder kijken dan zorg alleen.”
Opvallend is dat niet alle medewerkers in de teams een klassieke zorgachtergrond hebben. “Volgens de visie van Anne‑Mei The heb je niet per se alleen zorgprofessionals nodig,” zegt Braamskamp. “Ook mensen met levenservaring en affiniteit met dementie kunnen kwalitatief heel goede ondersteuning bieden.”
Wat merken deelnemers en mantelzorgers?
Voor deelnemers zit de meerwaarde van de sociale benadering vooral in continuïteit en nabijheid. Vaak is er wekelijks contact. “Voor langere tijd één vast iemand die met je meeloopt – dat wordt enorm gewaardeerd.”
De ondersteuning is bovendien concreet en alledaags. Braamskamp heeft meerdere voorbeelden. Een begeleider die samen met een deelnemer een gitaar bouwt, omdat muziek hun gedeelde passie is. Een verwilderde tuin die geen aanleiding wordt voor klachten, maar juist voor een burenactie: buren helpen op een zaterdag allemaal een handje zodat de tuin er nu weer netjes uitziet. Of een vrijwilliger die naast iemand gaat zitten in het buurthuis, zodat die daar kan blijven komen zonder sociaal buitengesloten te raken.
“Het zijn soms maar kleine ingrepen,” zegt Braamskamp. “Maar ze maken een enorm verschil in kwaliteit van leven. Mensen voelen zich weer gezien en blijven onderdeel van hun eigen netwerk.”
Ook mantelzorgers profiteren. De sociale benadering kijkt nadrukkelijk naar het hele systeem rond de deelnemer. “Mantelzorgers cijferen zichzelf vaak weg,” aldus Braamskamp. “Door hen vroeg te betrekken, voorkom je dat ze pas aan de bel trekken als ze al overbelast zijn.”
Resultaten: vooral kwalitatieve winst
In 2025 ondersteunde Rotterdam circa 130 deelnemers via de sociale benadering dementie, verspreid over de verschillende gebieden. Ongeveer vijftien professionals waren hier actief bij betrokken. De opbrengsten zijn vooral kwalitatief.
“De grootste winst is voor mij de cultuuromslag,” zegt Braamskamp. “Het besef dat iemand niet alleen zijn ziekte is. Dat klinkt simpel, maar het is niet altijd vanzelfsprekend.”
Daarnaast leidde de aanpak tot meer samenwerking tussen zorg en welzijn en tot leren werken met een mix van formele en informele ondersteuning. “Dat wordt de komende decennia alleen maar belangrijker,” stelt Braamskamp.
De Universiteit van Amsterdam doet onderzoek naar de effecten van de sociale benadering aan de hand van data die Rotterdam, maar ook andere steden, hebben aangeleverd. Wetenschappelijk bewijs voor uitstel van Wlz-zorg is er op dit moment nog niet. Tegelijkertijd signaleren gemeente en uitvoerders dat deelnemers langer zelfstandig kunnen blijven. Braamskamp hoopt dat de onderzoeksresultaten straks meer duidelijkheid verschaffen.
Financiering blijft uitdaging
De Specifieke Uitkering Domeinoverstijgende Samanwerking (SPUK-DOS) is bedoeld om domeinoverstijgend werken te faciliteren. De nauwe samenwerking tussen zorg welzijn en informele zorg heeft het werkplezier van medewerkers en de tevredenheid van deelnemers vergroot. Maar de Rotterdamse ervaring is ook een verhaal van worstelen met financiering. “Je bent eigenlijk continu bezig om het financieel rond te krijgen,” zegt Braamskamp. “Dat kost niet alleen geld, maar ook veel administratieve tijd.”
De sociale benadering kende in het begin een aparte betaaltitel via het zorgkantoor, legt ze uit. Zorgaanbieders konden daarop hun ureninzet declareren, verbonden aan specifieke cliënten. De inzet van welzijnspartners werd betaald vanuit gemeentesubsidies. Omdat SPUK‑DOS-middelen via de gemeente doorbetaald worden, loopt inmiddels alle financiering aan de uitvoerende partners via subsidieverleningen.
Het grootste dilemma zit daarmee in de borging. De kracht van de sociale benadering is juist dat ondersteuning zonder indicatie mogelijk is. Maar structurele financiering zonder Wmo- of Zvw-indicatie blijkt lastig. “Dat is frustrerend,” aldus Braamskamp. “Want het laagdrempelige karakter gaat er dan af.”
Onderdeel van een breder palet
Voor Braamskamp staat één ding vast: de sociale benadering is geen vervanging van bestaande zorg, maar een noodzakelijke aanvulling. “Niet iedereen zit te wachten op groepsdagbesteding of een klassiek traject. Juist de diversiteit aan ondersteuningsvormen maakt een stad dementievriendelijk.”
Rotterdam ontving inmiddels het certificaat Dementievriendelijke stad van Alzheimer Nederland. De sociale benadering dementie is daar een onderdeel van, maar niet het enige. “Hoe meer manieren je hebt om mensen te ondersteunen,” zegt Braamskamp, “hoe beter je kunt aansluiten bij wat iemand echt nodig heeft.”
En dat is misschien wel de belangrijkste les: ook met dementie blijft iemand in de eerste plaats mens. De sociale benadering helpt professionals, organisaties en beleidsmakers om dat uitgangspunt vast te houden – zelfs als systemen en financiering dat soms lastig maken.