De oplossing voor de groeiende zorgvraag ligt niet alleen in de zorg. In Deventer laat Wijkgenoot zien wat er gebeurt als bewoners, vrijwilligers en professionals eerst investeren in contact, vertrouwen en betrokkenheid. Kleine ontmoetingen blijken het begin van grote veranderingen. Welke lessen levert dat op voor bestuurders en professionals die werken aan een toekomstbestendige samenleving? Lees het verhaal van een beweging die begint bij mensen, niet bij systemen.

In het kort

In Deventer laat Wijkgenoot zien hoe een zorgzame samenleving niet begint met zorg, maar met ontmoeting. Bewoners, vrijwilligers en organisaties bouwen in de wijken Keizerslanden en Borgele aan sterke sociale netwerken waarin mensen elkaar kennen, helpen en ondersteunen.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de ‘dinges’, de verbinder die bewoners en initiatieven samenbrengt. De aanpak stimuleert voorzorgcirkels, verbindt jong en oud en helpt  problemen eerder op te vangen. Bewoners ervaren meer betrokkenheid en er zijn eerste aanwijzingen voor minder zorggebruik. De belangrijkste les: investeer in vertrouwen, relaties en gemeenschapsvorming, ruim voordat zorg nodig is.

Toen Rineke van Deudekom tijdens de coronaperiode een appgroep voor haar galerij begon, dacht ze niet aan zorgtransformatie, preventie of voorzorgcirkels. Ze wilde gewoon dat bewoners elkaar konden helpen als dat nodig was. Even boodschappen doen voor een buur, medicijnen ophalen of een oogje in het zeil houden als iemand ziek was.

Achteraf blijkt dat precies de kern van Wijkgenoot te zijn. Niet beginnen met zorg, maar met contact. Niet eerst vragen welke ondersteuning iemand nodig heeft, maar weten wie er naast je woont. Want mensen willen elkaar vaak best helpen, als ze elkaar tenminste kennen.

Gea Sijpkes
© WZC Humanitas | Gea Sijpkes

Het sociale weefsel

In de Deventer wijken Keizerslanden en Borgele bouwen bewoners, vrijwilligers en organisaties daarom aan iets wat de initiatiefnemers ‘het sociale weefsel van de wijk’ noemen. Dat begint klein: met een praatje in de lift, een kop koffie of een activiteit in de buurtkamer. Soms groeit zo'n ontmoeting uit tot een netwerk van bewoners die naar elkaar omkijken.

Volgens bestuurder Gea Sijpkes van Woonzorgcentrum Humanitas is dat hard nodig.  “We zien dat het zorgsysteem op deze manier niet houdbaar is”, zegt zij. “Het antwoord moet niet alleen in de zorg gevonden worden, maar ook in de buurt. Daarom kijken we hoe we de sociale draagkracht van de samenleving kunnen versterken. Vanuit die gedachte ontstond Wijkgenoot.”

In Wijkgenoot werken organisaties uit zorg, welzijn, wonen en het sociaal domein samen. Ze helpen bewoners elkaar te ontmoeten, te verbinden en uiteindelijk naar elkaar om te kijken. Niet als project met een blauwdruk, maar als een beweging die voortbouwt op wat al aanwezig is in de wijk.

Het begint met ontmoeting

Wijkgenoot begint niet bij zorg, maar bij ontmoeting. Bewoners leren elkaar kennen, komen elkaar opnieuw tegen en raken met elkaar in gesprek. Langzaam ontstaat vertrouwen. Uit dat vertrouwen groeien groepjes bewoners die elkaar weten te vinden en uiteindelijk voorzorgcirkels vormen: informele netwerken waarin mensen naar elkaar omkijken.

In Keizerslanden en Borgele gebeurt dat op allerlei plekken: in buurtkamers, wooncomplexen, de bibliotheek en ontmoetingsruimtes. Daardoor wordt eerder gezien wanneer iemand dreigt vast te lopen. Bewoners weten elkaar beter te vinden en professionals horen sneller wat er speelt.

Een beweging die ontstond in de praktijk

Wijkgenoot wordt gedragen door een brede coalitie van organisaties, waaronder Humanitas, Woonzorg Nederland, Woonbedrijf ieder1, Solis, Raster, KonnecteD en de gemeente Deventer. Hun gezamenlijke doel is eenvoudig: een wijk waarin ouderen langer prettig zelfstandig kunnen wonen en bewoners meer voor elkaar betekenen.

De beweging begon niet met een uitgewerkt plan, maar groeide stap voor stap in de praktijk. Een koffieochtend in een flat, een High Tea of een soepmoment in een buurtkamer bleek vaak het begin van nieuwe contacten.

De onmisbare schakel: de 'dinges'

Maar ook gewone activiteiten gebeuren niet vanzelf. De initiatiefnemers ontdekten dat er iemand nodig is die mensen bij elkaar brengt, kansen ziet, signalen opvangt en initiatieven met elkaar verbindt. In Deventer kreeg die rol een opvallende naam: de 'dinges'.

De dinges loopt rond in de wijk, kent bewoners, verbindt professionals met elkaar en ziet waar een klein zetje nodig is. Dankzij de voelsprieten in de wijk wordt ook snel zichtbaar wanneer ergens iets ontstaat of juist dreigt vast te lopen.

Hoe belangrijk die rol van dinges is, bleek toen twee vergelijkbare wijken een verschillende ontwikkeling doormaakten. In Keizerslanden, waar een vaste, betrokken dinges actief was, groeide de beweging snel. In Borgele stokte de ontwikkeling na personeelswisselingen en tijdelijke inzet van een zzp'er zonder binding met de buurt.

Rineke van Deudekom
© WZC Humanitas | Rineke van Deudekom

Gea Sijpkes zegt daarover: “De dinges volgt het totaal van de beweging. Geeft hier een aai over de bol en daar een schop onder de kont. We kijken hoe in Borgele de beweging weer een slinger kunnen geven.”

Uiteindelijk draait het om bewoners

Hoe belangrijk organisaties ook zijn, uiteindelijk draait Wijkgenoot op bewoners die verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving. Op mensen zoals Rineke, die iets doen als ze zien dat het nodig is. Als superbuur, buurtmaatje, gastvrouw, ambassadeur of simpelweg als betrokken buur.

Voor haar voelt dat niet bijzonder. “We zorgden al tien jaar voor elkaar. Iedere dag even bellen of alles goed is, medicijnen halen als iemand ziek is.” Omkijken naar elkaar is eigenlijk niets nieuws, maar iets wat veel mensen herkennen van vroeger. Een beetje noaberschap, maar dan passend bij deze tijd.

Jong en oud hebben vinden elkaar

Een opvallend onderdeel van Wijkgenoot is de verbinding tussen generaties. Studenten van Saxion gaan in gesprek met ouderen. Woonstudenten leven als goede buur tussen oudere bewoners. Jongeren in leerwerktrajecten worden gekoppeld aan ouderen die behoefte hebben aan contact.

Dat levert soms contacten op die niemand van tevoren had bedacht. Ouderen delen hun levenservaring, jongeren brengen energie en aandacht mee of vinden rust in de vertraagde wereld van de ouderen. Sommige contacten blijven bestaan lang nadat een project of stage is afgelopen. Zo ontvangt een oudere bewoner nog steeds kerstkaarten van een student met wie hij ooit gesprekken voerde.

Wat levert het op?

Vraag bewoners naar de opbrengst van Wijkgenoot en ze beginnen meestal niet over cijfers. Ze vertellen over een buur die weer onder de mensen komt, over iemand die tijdig hulp kreeg, een buurvrouw die boodschappen doet of een appgroep waarin mensen elkaar ondersteunen. Voor buitenstaanders lijken het kleine voorbeelden. Voor de betrokken bewoners maken ze een wereld van verschil.

Er zijn ook eerste aanwijzingen dat de aanpak effect heeft op het zorggebruik. Uit monitoring door de Vrije Universiteit blijkt dat de vraag naar zorg tussen twee meetmomenten met ongeveer 10 procent afnam. Gea Sijpkes is voorzichtig met conclusies, maar ze ziet het wel als een hoopvol signaal.

Oude mevrouw en jonge vrouw maken samen een legpuzzel
© Wzc Humanitas

Een opvallend onderdeel van wijkgenoot is de verbinding tussen generaties. Bijvoorbeeld door samen een legpuzzel te maken. Al puzzelend ontstaan vaak leuke gesprekken over vroeger en vandaag.

Weinig geld, veel beweging

Vergeleken met de kosten van professionele zorg gaat er weinig geld om in Wijkgenoot, vertelt Sijpkes. Veel gebeurt op basis van vrijwillige inzet, bestaande netwerken en kleine budgetten voor activiteiten. De begroting bedroeg aanvankelijk ongeveer 700.000 euro voor twee wijken en daalde later naar circa 450.000 euro. Daarmee werden onder meer ontmoetingen georganiseerd, vrijwilligers ondersteund en de coördinatie van de beweging mogelijk gemaakt.

De SPUK-DOS-regeling en later de Wet Domeinoverstijgende Samenwerking maakten het mogelijk de aanpak verder uit te bouwen. Tegelijk ervaart Sijpkes dat korte subsidiecycli en late besluitvorming de continuĂŻteit onder druk zetten. Daarom pleit zij voor meerjarige afspraken en meer ruimte voor lokale initiatieven.

Ruimte en vertrouwen

De bestuurder zou ook graag wat meer ruimte en vertrouwen krijgen vanuit de overheid en de zorgverzekeraar. “We mochten de SPUK-DOS-gelden niet inzetten voor twee belangrijke aspecten van Wijkgenoot, omdat die volgens de beoordelaars niet voldoende gericht waren op ouderen. Maar dat zijn wel essentiĂ«le onderdelen.”

Zoals zij als bestuurder regel- en ritselruimte geeft aan de dinges om te doen wat die goed dunkt voor de bewoners, zo wil Gea Sijpkes ook graag meer ruimte krijgen. “Ik bestuur vanuit vertrouwen en geloof in mijn mensen. Dat zou ik ook graag zien van de overheid.”

Misschien is dat wel de belangrijkste les uit Deventer. Een zorgzame samenleving ontstaat niet in beleidsstukken, subsidieaanvragen of vergaderzalen, maar in het dagelijks leven. In de lift, aan de koffietafel, tijdens een wandeling of in een buurtkamer. Op de plekken waar mensen elkaar ontmoeten, lang voordat er sprake is van een zorgvraag.

Acht lessen uit Deventer

1. Begin met ontmoeting. Mensen helpen elkaar pas als ze elkaar kennen. Investeer daarom eerst in contact.
2. Sluit aan bij wat er al is. Zoek bestaande groepen, verenigingen, ontmoetingsplekken en actieve bewoners.
3. Zorg voor een sterke verbinder. Een 'dinges' die kan verbinden, aanjagen en schakelen blijkt cruciaal voor succes.
4. Geef vrijwilligers een centrale rol. Superburen, buurtmaatjes en ambassadeurs bereiken vaak meer dan formele programma's.
5. Verbind generaties. Ouderen en jongeren versterken elkaar meer dan vaak wordt gedacht.
6. Geef professionals regel- en ritselruimte. Vertrouwen en flexibiliteit zijn belangrijker dan strakke projectplannen.
7. Waardeer kleine successen. Een koffiemiddag, appgroep of vaste ontmoetingsplek kan uitgroeien tot een sterk netwerk.
8. Denk in jaren, niet in projecten. Vertrouwen en gemeenschapsvorming kosten tijd. Structurele samenwerking en financiering zijn daarom essentieel.