Onderdeel van het AZWA is een landelijk dekkend aanbod van basisfunctionaliteiten (D5) en een gezonde en sociale basisinfrastructuur (D6). Dat vraagt om nauwe samenwerking tussen professionals in het zorg- en sociaal domein.

© VWS

Basisfunctionaliteiten (D5)

De ketenaanpakken die we kenden uit het IZA en GALA worden doorontwikkeld tot basisfunctionaliteiten (D5). Een basisfunctionaliteit is een landelijk afgesproken, minimaal noodzakelijke functie op het snijvlak van het zorg- en sociaal domein en publieke gezondheid.

Wat is een basisfunctionaliteit?

Een basisfunctionaliteit is een landelijk afgesproken, minimaal noodzakelijke functie op het snijvlak van het zorg- en sociaal domein en publieke gezondheid.

Een basisfunctionaliteit moet aan een aantal criteria voldoen:

  • Er moet sprake zijn van wederkerigheid: zowel de zorg als het sociaal domein leveren een herkenbare bijdrage.
  • Verantwoordelijkheden van de betrokken partijen dienen duidelijk te zijn uitgewerkt.
  • Voor elke basisfunctionaliteit zijn aangetoond zijn dat deze impact heeft op de personele of financiële inzet van zorg of ondersteuning.

Per basisfunctionaliteit kunnen diverse interventies of activiteiten worden ingezet die passen bij de regionale context. Later dit jaar komt een ‘gereedschapskist’ met effectieve, bewezen interventies en activiteiten.

Welke basisfunctionaliteiten zijn er?

Mentale gezondheid

  • Laagdrempelige steunpunten EPA
  • Sociaal verwijzen

Kansrijk opgroeien

  • Kansrijke start (algemeen)
  • Integrale Gezinspoli (onderdeel Kansrijke start)
  • Nu Niet Zwanger (onderdeel Kansrijke start)

Gezonde leefstijl

  • Overgewicht en obesitas volwassenen

Vitaal ouder worden

  • Valpreventie

Wat is de ontwikkelagenda?

Dit zijn ‘basisfunctionaliteiten-in-de-maak’. Op de ontwikkelagenda staan aanpakken die nog niet voldoen aan alle eisen voor een basisfunctionaliteit, maar die wel veel potentie hebben en daarom uitgewerkt worden.

Het gaat om:

  • Aanpak dementie (Vitaal ouder worden)
  • Kansrijke start: rookvrije start (Kansrijk opgroeien)
  • Overgewicht en obesitas kinderen (Kansrijk opgroeien)
  • Mentale gezondheidsnetwerken (Mentale gezondheid)
  • Nicotinevrij (Gezonde leefstijl) 
  • Multiproblematiek aanpak: NPLV (Gezondheidsachterstanden verminderen en voorkomen)

Wat gebeurt er met de aanpakken op de ontwikkelagenda?

Op de ontwikkelagenda (deel 1) staan aanpakken die nog niet voldoen aan alle eisen voor een basisfunctionaliteit, maar die wel veel potentie hebben en daarom uitgewerkt worden. Zo werken we gezamenlijk toe naar impactvolle keten- en netwerkaanpakken in de vorm van basisfunctionaliteiten. Regio’s ontwikkelen deze aanpakken in de praktijk en testen ze. Landelijke partijen coördineren en faciliteren, monitoren en verzamelen bewijs dat ze werken.

Om dit proces te schetsen is 16 juli 2026 de Routekaart ontwikkelagenda deel 1 (pdf) uitgekomen met per aanpak de kernelementen (minimale onderdelen) en ontwikkelopgaven. Dit vormt het inhoudelijke vertrekpunt waarop regio’s in hun werkagenda toezegging kunnen doen om mee te doen aan een aanpak. In november 2026 verschijnt per aanpak een startdocument met verdere uitwerking, die op termijn met ervaringen van deelnemende regio’s kan uitgroeien tot een handreiking.

De basisfunctionaliteiten gaan over de leefgebieden:

Er zijn al aanpakken die als basisfunctionaliteit zijn vastgesteld en waarvoor structureel geld beschikbaar is. Voorbeelden hiervan zijn Valpreventie en Sociaal verwijzen. Ook zijn er aanpakken die op de ontwikkelagenda staan en de komende jaren kunnen doorgroeien tot basisfunctionaliteit. Voor deze aanpakken is in ieder geval drie jaar geld beschikbaar. Een voorbeeld hiervan is de Aanpak dementie.

Op de ontwikkelagenda staan ook aanpakken die langer lopen, waar regio’s al op inzetten. Dat zijn de Mentale Gezondheidsnetwerken en Overgewicht en obesitas kinderen. Deze aanpakken zijn nog niet voldoende onderbouwd om een basisfunctionaliteit genoemd te worden. Regio’s gaan de komende jaren verder met het implementeren van deze aanpakken.

Maken van een werkagenda en organiseren van samenwerking

Elke regio heeft een regioplan en werkt aan een werkagenda. In de werkagenda staat hoe de regio toewerkt naar een regionaal dekkend aanbod van de basisfunctionaliteiten in 2030, en op welke onderdelen versnelling wordt aangebracht. Ook staat erin hoe aanbieders van zorg en ondersteuning de basisfunctionaliteiten uitvoeren en hoe zij de samenwerking in hun regio organiseren.

De mandaatgemeente en preferente zorgverzekeraar voeren regie op de werkagenda, in nauwe samenspraak met (een vertegenwoordiging van) aanbieders van zorg en ondersteuning.

Handige documenten

De documenten zijn tot stand gekomen met dank aan de input uit de regioscan en de werkgroepen die betrokken zijn bij de handreikingen. Het resultaat is daarmee van en vóór alle AZWA-partijen.

Gezonde en sociale basisinfrastructuur (D6)

Juist in de wijk, dichtbij mensen, worden welzijn en gezondheid versterkt als er ruimte is voor burgerinitiatieven, wanneer familie, naasten, professionals en vrijwilligers elkaar weten te vinden en als bewoners gebruik kunnen maken van een laagdrempelige inloopvoorziening.

Voor de afspraken op het snijvlak van zorg en sociaal domein (D5) is een sterke verbinding tussen formele en informele zorg nodig. In het AZWA zijn hierover afspraken gemaakt: de gezonde en sociale basisinfrastructuur (D6). De basisinfrastructuur vormt het fundament voor de domeinoverstijgende samenwerking in de basisfunctionaliteiten.

Om welke basisvoorzieningen gaat het?

Mantelzorg

Daarnaast wordt ook vanuit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg ingezet op gelijkgerichte mantelzorgondersteuning en het versterken van het aanbod respijt- en logeerzorg.

Handige documenten

Ondersteuning bij de implementatie: webinars, FAQ en vragenuurtje

Wekelijks is er een webinar en vragenuurtje ter ondersteuning van de implementatie van de AZWA-onderdelen D5 en D6. VNG organiseert deze webinars, vaak samen met ZN, het ministerie van VWS en andere betrokken partijen voor gemeenten, zorgverzekeraars en partners in de regio. Lees op de VNG-website hoe het werkt 

Veelgestelde vragen

Wie heeft welke rol in basisfunctionaliteiten?

Landelijke afspraken over basisfunctionaliteiten worden gemaakt door het ministerie van VWS, de VNG en Zorgverzekeraars Nederland, samen met brancheorganisaties van aanbieders van zorg en ondersteuning en in afstemming met het Bestuurlijk Overleg van het Integraal Zorgakkoord (BO IZA).

In de regio maken zorgverzekeraars, gemeenten en aanbieders in zowel het zorg- als sociaal domein de regionale afspraken en voeren deze afspraken uit.

Wat is de regionale preventie-infrastructuur?

De regionale preventie-infrastructuur (RPI) is een bestaande afspraak uit het IZA en GALA. Een RPI biedt het randvoorwaardelijk kader voor de uitvoering van de basisfunctionaliteiten: het geheel aan afspraken, structuren, rollen, middelen en processen dat in een regio nodig is om de landelijke afspraken uit IZA, GALA en AZWA over samenwerking op zorg, sociaal domein en preventie uit te voeren. De mandaatgemeente en de preferente zorgverzekeraar voeren de regie over de inrichting van de RPI. De GGD heeft hierbij een coördinerende rol. 

Welke financiële middelen zijn beschikbaar?

Gemeenten ontvangen via een nieuwe SPUK-regeling middelen voor de inzet binnen het sociaal domein, waaronder doorbraakmiddelen, om de opbouw van de basisfunctionaliteiten te versnellen. Het ministerie van VWS bereidt in 2026 een nieuwe (ontschotte) specifieke uitkering (SPUK) voor om deze financiële middelen uit te keren voor de jaren 2027-2029 aan gemeenten. Dit gebeurt zowel lokaal aan gemeenten als regionaal via het construct van een mandaatgemeente (IZA regio’s). Zo worden de middelen gekoppeld aan de doelen: het uitvoeren van de basisfunctionaliteiten (inclusief de ontwikkelagenda) en uitbouwen van de gezonde en sociale basisinfrastructuur. Lees meer in de brief van het ministerie van VWS aan de VNG (22 april 2026): 

Download de brief

Hoe ziet de planning om te komen tot basisfunctionaliteiten eruit?

De basisfunctionaliteiten moeten in 2030 landelijk dekkend zijn ingevoerd. Mandaatgemeenten en preferente zorgverzekeraars maken op basis van het regioplan een werkagenda, in nauwe samenspraak met (een vertegenwoordiging van) aanbieders van zorg en ondersteuning. Deze moet uiterlijk 15 november 2026 door de colleges zijn vastgesteld. Per 1 januari 2027 komen dan financiële middelen beschikbaar voor gemeenten voor de uitvoering.

Planning

Eind mei 2026:

Begin juli 2026:

  • Handreiking voor de inloopvoorzieningen sociaal en gezond beschikbaar (D6)
  • Handreikingen Gelijkgerichte mantelzorgondersteuning en Logeerzorg beschikbaar (beide HLO/Azwa)

Medio juli 2026:

  • Routekaart ontwikkelagenda deel 1 beschikbaar
  • RESV-plannen indienen bij zorgverzekeraar

Medio september 2026:

  • Werkagenda’s vastgesteld aan IZA-tafel en verstuurd naar colleges gemeenten

15 november 2026:

  • Gemeenten hebben regionale werkagenda vastgesteld en verstuurd naar het ministerie van VWS

Media november 2026:

  • Startdocumenten voor de aanpakken op de ontwikkelagenda deel 1 beschikbaar

December 2026:

  • Duidelijkheid welke aanpakken op de ontwikkelagenda deel 2 eventueel worden doorontwikkeld

1 januari 2027:

  • Gemeenten/regio’s starten met uitvoering werkagenda

Na zomer 2027:

  • Gereedschapskist met effectieve, onderbouwde interventies en activiteiten beschikbaar om invulling te geven aan basisfunctionaliteiten